Leidsch Dagblad – December 3, 2016

LRV_Opinie_01, Multitabloid 03-12-2016, LRV 1 – BIBU

Hoe Trumps woorden daden zijn

Sara Polak

Over het videofilmpje waarin Donald Trump opschept over zijn gewoonte om vrouwen in hun kruis te grijpen, zei hij zelf meermaals dat het just words waren. Alleen maar woorden. Geen daden. Gezien het aantal vrouwen dat zich in de dagen na het opduiken van het filmpje meldde om zijn woorden te bevestigen, lijkt dat me stug. Veel misbruikzaken verzanden in geruzie waar moeilijk over valt te oordelen. De Amerikaanse uitdrukking hiervoor is he said, she said – haar woord tegen het zijne – maar in dit geval zeiden hij en zij hetzelfde. Totdat Trump erdoor in moeilijkheden raakte. Toen maakte hij een klassieke Trumpdraai door de aantijgingen én zijn eigen uitspraken te ontkennen, en zichzelf als slachtoffer te presenteren van die gemene Democratische campagne.

Hoewel ik niet geloof dat Trump hard oefent om de Trumpdraai te perfectioneren, kom ik steeds krassere voorbeelden tegen. Neem deze tweet van 27 november: ‘Behalve dat ik het kiescollege met een overweldigende meerderheid gewonnen heb, zou ik ook het hoogste aantal stemmen gekregen hebben, als je die miljoenen illegale stemmen niet meerekent’ . Het wekt bijna bewondering hoe Trump in 140 tekens weet te persen dat hij zowel de grote winnaar, als het beklagenswaardige fraudeslachtoffer is – bij verkiezingen die hij heeft gewonnen.

Paul Waldman van de Washington Post analyseert waarom veel journalisten – ook van het als rechts bekende Fox News – moeite hebben met het verslaan van de Trumpdraai. Ze zijn gewend om te gaan met politici die de waarheid weliswaar soms oprekken, maar toch binnen een zekere bandbreedte blijven. Daardoor konden ze meestal prima rechtstreeks berichten over een uitspraak van een politicus en dan eventueel inhoudelijke kritiek leveren op die uitspraak. Terecht verzetten journalisten zich nu tegen koppen van het type: Trump: ‘Mexicanen zijn verkrachters’. Het is waar dat hij dat zegt, maar impliciet geeft zo’n citaat een podium aan discriminerende onzin. Veel kranten kiezen nu voor: Trump claimt ten onrechte … vult u zelf maar iets onhebbelijks in.

Het is logisch dat journalisten aandacht geven aan zo’n tweet – de president-elect gelooft blijkbaar dat er sprake is van verkiezingsfraude op grote schaal. En natuurlijk is dat nieuwswaardig. Maar beide varianten laten zeeën van ruimte voor Donald Trump en zijn aanhangers om hun Grote Gelijk te bewijzen: de media zijn partijdig en deugen niet. Niet alleen verwordt journalistieke kritiek op Trumps uitspraken daarmee tot een welles-nietesspel, maar het mechanisme zelf suggereert ook op meta-niveau dat er geen waarheid is. De pers, als Fourth Estate, de vierde pijler van de democratie die voor en namens burgers kritisch bevraagt wat er in het centrum van de macht gebeurt, wordt daarmee gereduceerd tot een groepje zure losers met ‘ook maar een mening’. Een verkeerde, falende, oneerlijke mening, aldus Trump.

Dit mechanisme herhaalt zich vrijwel dagelijks. Trump zegt iets idioots, journalisten bekritiseren dat luidkeels, en Trump reageert triomfantelijk dat dit maar weer aantoont hoe onbetrouwbaar ze zijn. Daarmee doet hij verschillende dingen. Ten eerste haalt hij, zoals gezegd, de pers als controlerende macht in de democratische orde onderuit. Verder leidt hij de aandacht af van belangrijkere zaken, zoals het feit dat Trump zijn presidentschap nu al op grote schaal uitbuit om zijn bedrijven te verrijken.

Tot nu toe waren de meeste beslissingen van Amerikaanse presidenten gebaseerd op een combinatie van praktische en ideologische overwegingen, maar daar komt nu een belangrijke motivatie bij: is een besluit goed voor Trumps zakenimperium? Je ziet nu bijvoorbeeld al dat Rusland en de Filipijnen enorme ruimte geven aan zijn zakelijke belangen. Amerika’s traditionele bondgenoten, zoals Nederland, hebben wetten die dit soort corruptie onmogelijk maken. Politiek commentator Paul Krugman merkt in de New York Times op, dat hierdoor het gevaar dreigt dat Amerika om de verkeerde redenen de banden met ondemocratische landen extra aanhaalt. In zijn campagne beloofde Trump dat er ‘een muur’ zou komen tussen zijn zakelijke en politieke belangen, maar daar lees ik niets meer over. En soms heb ik de indruk dat hij zijn meest hemeltergende tweets stuurt zodra dat onderwerp ter sprake dreigt te komen.

De Amerikaanse politicoloog Jacob Levy beschrijft nog een andere manier waarop Trumps leugens voor hem werken. Ze dwingen zijn aanstaande ministers, partijgenoten en stafleden hun loyaliteit te bewijzen door met hun baas mee te liegen. En vervolgens zijn ze nog afhankelijker van hem dan ze toch al waren. Doordat de Republikeinen nu een meerderheid hebben in het Huis van Afgevaardigden en in de Senaat – en op termijn ook in het Hooggerechtshof –  alle drie de traditionele gebieden van de politieke macht in de VS – is dat extra beangstigend. Effectief tegengas moet eigenlijk wel van binnen zijn eigen partij komen. Dit soort machtsspelletjes maakt het minder waarschijnlijk dat dat zal gebeuren.

In de taalwetenschap en taalfilosofie is veel nagedacht over wat John Austin in 1962 introduceerde als speech acts (‘spraakdaden’). Uitspraken die iets concreets doen. Het klassieke voorbeeld is: ‘Hierbij verklaar ik u tot man en vrouw.’ Zodra die zin is uitgesproken, is de realiteit veranderd en de inhoud waar geworden. Of: ‘Ik beloof dat ik dat zal doen.’ Als je dat zegt, committeer je je, sociaal en juridisch. Taal is, om een vakterm te gebruiken, performatief. Trump, bekend van het televisieprogramma The Apprentice, waar elke week een kandidaat naar huis gestuurd werd na zijn verpletterende spraakdaad ‘You´re fired!’ – ‘Je bent ontslagen!’ – weet dat. En hij gebruikt een heel scala aan manieren om dingen te doen door middel van woorden. Waaronder het verdonkeremanen van zijn eigen machtsmisbruik, door te zeggen dat het allemaal just words zijn.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *