Leidsch Dagblad – January 28, 2017

De inaugurele rede

Donald Trump twitterde een paar dagen voor zijn inauguratie een foto van zichzelf achter een bureau, met een broeierige blik en de tekst ‘schrijvend aan mijn inaugurele rede’. Dit leidde tot hilariteit op sociale media, omdat de foto overduidelijk geënsceneerd is. Hij schreef de speech inderdaad niet zelf, bleek later. Twee van zijn belangrijkste adviseurs, Stephen Miller en Steve Bannon deden dat.

Amerikaanse presidenten houden, direct nadat ze zijn ingezworen, een inaugurele rede, waarin ze hun visie voor de toekomst uiteenzetten. Een speech met een tamelijk vaste vorm, vaak een poging om de eenheid te herstellen na de verkiezingsstrijd. Zinnen uit inaugurele redes zijn spreekwoordelijk geworden. The only thing we have to fear is fear itself – het enige dat we moeten vrezen is de vrees zelf, zei Franklin Roosevelt op 4 maart 1933. En Kennedy zei in 1961: Ask not what your country can do for you; ask what you can do for your country. Vraag niet wat je land voor jou kan doen, vraag wat jij kan doen voor jouw land.

Hoewel de meeste presidenten net als Trump graag doen geloven dat ze hun bij voorbaat al historische inauguratiespeech zelf schrijven, is het tamelijk gebruikelijk dat ze dit door adviseurs of ghostwriters laten doen. Of in elk geval, dat ze mensen opdracht geven om concepten te schrijven, waar ze samen verder aan werken. De historicus Davis Houck beschrijft zelfs hoe Roosevelt zijn, door ghostwriter Raymond Moley geschreven inaugural address eerst overschrijft in zijn eigen handschrift, en Moley daarna opdraagt het oorspronkelijke manuscript in de open haard te gooien. Het verhaal is moeilijk te checken. Houck heeft het uit Moleys dagboek, maar dagboeken zijn weinig neutrale bronnen. In elk geval is Trump niet de eerste president die zijn inauguratiespeech door anderen liet schrijven en dat vervolgens ontkent. En uiteraard bevestigt een professionele ghostwriter de woorden van zijn opdrachtgever, behalve misschien in zijn lieve dagboek.

Inhoudelijk gezien het opvallendste aan Donald Trumps inaugurele rede van vorige week vrijdag is dat die nauwelijks een handreiking bevatte naar mensen die niet op hem stemden. Dat is opmerkelijk , zeker voor een minderheidspresident, die miljoenen stemmen minder kreeg dan zijn Democratische tegenstander Hillary Clinton. De toon was sowieso hard. Vanaf nu wordt het beleid: ‘America First’. Die slogan refereert aan de America First-beweging uit de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. De beweging eiste dat de Verenigde Staten niet betrokken zouden raken bij de Tweede Wereldoorlog, en wilde in plaats daarvan een vriendschapsverdrag sluiten met Hitler-Duitsland. De beweging had antisemitische trekken. Het zou best kunnen dat Trump dit zelf niet weet, of dat het hem weinig interesseert. Het echoën van de nazi-vriendelijke isolationisten uit de jaren dertig was misschien niet zijn intentie. Maar Steve Bannon, die ooit weigerde zijn dochters naar een school met teveel ‘whiny Jewish brats’ te sturen, weet wel degelijk welke associatie ‘America First’ oproept.

Het is typerend voor hoe de Amerikaanse politiek werkt. Het is een oud cliché dat de president niet zozeer veel macht heeft, maar een frontman is om de aandacht af te leiden van de werkelijke machthebbers. En Trump is voor radicale Republikeinen, of ze nu extreemrechts, conservatief christelijk of tegen het reguleren van bedrijven zijn, een gedroomde frontman. Niet omdat ze het met hem eens zijn, maar omdat hij van de politiek een verslavende reality show maakt en daarmee constant de aandacht afleidt van de echte veranderingen in wet en beleid. Ik denk dus niet dat er een impeachment, een afzettingsprocedure, aankomt, wat voor ontoelaatbaars Trump ook doet. Dat is simpelweg niet in het belang van de Republikeinse meerderheid in het Congres. Als ze leren om hem enigszins in het gareel te houden kunnen ze hun politieke agenda verder doorvoeren dan ooit. En hoewel dat Trump-managen nog best moeilijk blijkt te zijn, doet juist Steve Bannon dit beter dan de meesten.

En Bannons inaugurele rede mag heel agressief en weinig subtiel zijn, hij zit retorisch goed in elkaar. Ondanks de enorme inhoudelijke afwijking van zowel Republikeinse als Democratische voorgangers in de afgelopen eeuw, haalt hij pakkende Amerikaanse clichés aan, zoals de, ooit door Franklin Roosevelt geïntroduceerde ‘vergeten man’, die vanaf nu niet meer vergeten zal worden. Als Trump zegt ‘Wij zullen onze manier van leven niet aan anderen opleggen, maar zullen een stralend voorbeeld zijn’, neemt hij afstand van de Amerikaanse traditionele rolsopvatting als mondiale brenger en beschermer van vrijheid en democratie. Toch klinken de woorden die hij gebruikt wel traditioneel. Ze doen denken aan de woorden van een van de eerste Britse kolonisten in Amerika, John Winthrop, die in 1630 zijn medekolonisten voorhield: ‘wij zullen als een stralende stad op een heuvel zijn; de ogen van de wereld zijn op ons gericht’. Ronald Reagan was ook dol op die frase. Maar voor hem betekende deze dat Amerika zich internationaal als gidsland moest opstellen. Trump neemt het beeld wel over, maar de implicaties voor Amerikaans buitenlandbeleid nadrukkelijk niet.

Het slotakkoord is Trumps eigen inmiddels spreekwoordelijke zin, eerst in een aantal varianten, en dan uiteindelijk in de oorspronkelijke vorm, waar iedereen al de hele speech op had zitten wachten: Make America Great Again. Het is interessant, en pijnlijk, om te zien dat ook de oppositie er niet vanaf komt. Make America Sane Again, de slogan die Hillary Clinton en velen met haar nu gebruiken, onderstreept de kracht van Trumps retoriek meer dan dat het een alternatief biedt. De taal en de mediaframes die tegenwicht kunnen bieden aan Bannon en zijn nationalistische krachtpatserij, moeten nog worden bedacht. Her en der hoor je aanstekelijke uitdrukkingen als resistance (verzet) en civil disobedience (burgerlijke ongehoorzaamheid), maar het ontwikkelen van een effectief tegengif staat in de kinderschoenen. Hier ligt een belangrijke taak voor Amerikaanse schrijvers en voor iedereen die kritisch tegenover de huidige ontwikkelingen staat. Hopelijk horen we over vier jaar dan weer iets gezelligers.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *