Leidsch Dagblad – November 8, 2016

De hooivorken worden geslepen

De Amerikanen gaan vandaag naar de stembus. Woensdag weten we – waarschijnlijk – wie de nieuwe president wordt. Ik hoop natuurlijk dat u gaat kijken vannacht, maar de doorslaggevende momenten vallen ongetwijfeld in het holst van de nacht. Spannend is het wel.

Republikein Donald Trump en Democraat Hillary Clinton zitten elkaar in de peilingen op de hielen. Er zijn veel verhalen over manipulatie van de uitslag door beide kampen. Trump heeft nog niet toegezegd dat hij een eventuele nederlaag zal aanvaarden. Er zijn Trumpaanhangers, onder wie zelfs congresleden, die aankondigen dat ze hun hooivorken al slijpen.

Wordt de uitslag nou gemanipuleerd of niet? Moeten we bang zijn voor geweld rond de verkiezingen?

Over de laatste vraag: er bestaat in de VS een lange traditie van geweld rond de verkiezingen. Ook nu zou ik niet verbaasd zijn als het misgaat. Al in 1804 vermoordde vicepresident Aaron Burr zijn tegenstander Alexander Hamilton, de eerste minister van Financiën van het land. Hamilton dwarsboomde Burrs politieke carrière.

Dit is misschien een extreem geval, maar geweld rond de verkiezingen is van alle tijden. De witte nationalistische ‘Know-Nothing’ partij vocht vanaf ongeveer 1820 tot aan de Burgeroorlog (1861-1865) tegen de groeiende politieke macht van immigranten. Die waren meestal Duits of Iers, en in hun ogen nog erger, katholiek. Dat deden ze zowel langs politieke weg, als via geweld en intimidatie van genaturaliseerde nieuwkomers. Op Election Day in 1855 vermoordden Know Nothing-aanhangers 22 migranten die wilden stemmen in de staat Kentucky.

Dezelfde tactiek om mensen bij de stembus weg te houden werd na de Burgeroorlog gebruikt om zwarten te intimideren. In de laatste decennia van de negentiende eeuw mochten zij stemmen, maar in praktijk was dat levensgevaarlijk. Nadat de Burgerrechtenbeweging in de jaren zestig van de vorige eeuw had afgedwongen dat het stemrecht in de Grondwet werd vastgelegd, gebeurde dit opnieuw. Groepjes mensen stonden, al dan niet expliciet dreigend, te posten bij stembureaus om zwarte kiezers af te schrikken. Donald Trump heeft zijn trouwe aanhang opgeroepen dat te doen, volgens hem om te controleren ‘of alles eerlijk verloopt’. Toevallig in gebieden waar vooral zwarten en latino’s stemmen. In praktijk betreft het een eeuwenoude intimidatietactiek, zeker in combinatie met de dreiging van geslepen hooivorken.

Ook op het niveau van lokale overheden worden ontmoedigingstactieken gebruikt. Bijvoorbeeld door stembureaus te sluiten. Zo wordt het lastiger om te gaan stemmen als je geen auto hebt – en dat zijn natuurlijk vooral leden van minderheden. Of – ook een goeie ouwe – ‘gerrymandering’: de herindeling van kiesdistricten zodat, bijvoorbeeld, een latinowijk die ongetwijfeld in meerderheid Democratisch zou stemmen, opgedeeld wordt. Zo wordt de latino vote over een paar overwegend Republikeinse districten  verdeeld. Dit heeft geen invloed op de presidentsverkiezingen, maar wel op het Huis van Afgevaardigden.

En dan zijn er federale bureaus die neutraal zouden moeten zijn, maar de verkiezingen wel degelijk beïnvloeden, zoals ‘Comey-gate’ afgelopen week liet zien. De FBI-directeur maakte nieuw onderzoek bekend naar Clintons emails, naar aanleiding van vondsten in een ongerelateerd onderzoek. Ze duikelde in de peilingen. Gisteren meldde Comey dat het onderzoek is afgerond. Er is niets gevonden, maar het kwaad is al geschied.

Bovenstaande voorbeelden werken in het nadeel van Democratische kandidaten, terwijl juist de Republikeinen het hardst roepen dat het systeem ‘rigged’ is. Democraten hebben meer reden zich bekocht te voelen, maar houden vast aan het geloof in eerlijke verkiezingen. Dat is namelijk onmisbaar voor een democratisch systeem, hoe krakkemikkig ook. Onder Trump en de zijnen azen juist veel mensen op revolutie. Wantrouwen en geweld zijn koren op hun molen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *