Leidsch Dagblad – October 22, 2016

Trump zaait twijfel

De memorabele minuut van het derde debat tussen de Amerikaanse presidentskandidaten Hillary Clinton en Donald Trump was het moment dat Trump weigerde te zeggen of hij de verkiezingsuitslag zou accepteren. Niet onverwacht voor een kandidaat wiens aanhang zich bedrogen voelt door het systeem, maar ik schrok er toch van.

Ik was wel klaar met het fenomeen Clinton-Trump-debat. Het patroon is inmiddels helder: Clinton jaagt Trump op stang. Die slaat vervolgens wild om zich heen. Na afloop beweert het Trump-campagneteam dat hij heeft  gewonnen, maar de peilingen laten een ander beeld zien. Verkiezingsdebatten zijn zelden game changers, maar dit jaar is een uitzondering. Vóór het eerste debat stond de Democratische kandidaat Hillary Clinton 1,5 procentpunt voor in de peilingen, erna groeide dat tot vijf procentpunt, en na het tweede debat was het verschil ruim zeven punten. Het clipje waarin de Republikein Trump opschept over zijn seksuele misdragingen heeft hem vast niet geholpen, maar Clinton heeft haar voorsprong echt via de debatten uitgebouwd.

Wat dit debat anders maakte dan de eerste twee, was het feit dat de debatleider, Chris Wallace, presentator bij het conservatieve televisienetwerk Fox, het debat resoluut bij de inhoud hield. Dat is in de Amerikaanse politieke cultuur ongebruikelijk, zeker in de schreeuwerige traditie van Fox, en al helemaal tijdens dit verkiezingsjaar.

Vuil campagnevoeren en keihard op de persoon spelen hoort al eeuwen bij de aanloop naar presidentsverkiezingen. Die traditie is in de twintigste eeuw sterker geworden. Door massamedia als radio, televisie en internet zijn politici als privé-personen onder een vergrootglas komen te liggen. Is de kandidaat soms vreemdgegaan? Rookt hij? Heeft hij ooit drugs gebruikt? Zulke vragen zijn, mede door reality-tv, roddelbladen en YouTube, cruciaal geworden, ten koste van de vraag of iemand als president de juiste inhoudelijke keuzes zou maken.

De campagnes dit jaar zijn ongebruikelijk vuil. En ze gaan nog meer dan anders over de persoonlijke kenmerken van de kandidaten en minder over politieke keuzes.

Maar het moddergooien op weg naar Election Day kent een veel langere traditie. Schoolvoorbeeld is de race in 1828 tussen Republikein John Quincy Adams en Democraat Andrew Jackson. De termen Republikein en Democraat hadden toen een andere betekenis, maar de campagnes werden net zo beheerst door schandalen als nu. Er was ophef rond het huwelijk van outsider-kandidaat Jackson, wiens vrouw eerder getrouwd was geweest, en die mogelijk nog niet formeel was gescheiden op het moment dat ze hertrouwde met Jackson. Iets dat er, volgens de Adams-campagne, mogelijk toe zou leiden dat prostitutie in de VS legaal of zelfs verplicht zou worden. Daarnaast was Jackson een, zelfs naar de maatstaven van toen, buitengewoon harde slaveneigenaar. Iets dat Adams, eveneens slaveneigenaar, aangreep als argument om Jacksons morele karakter in twijfel te trekken. Omgekeerd beschuldigde Jackson zijn tegenstander Adams ervan belastinggeld te gebruiken om gokmaterialen aan te schaffen voor het Witte Huis. Het bleek te gaan om een schaakspel en een pooltafel.

Andrew Jackson won de verkiezingen en tijdens zijn presidentschap bouwde hij aan de democratische cultuur van de jonge natie. Een groot deel van de witte mannen verwierf het stemrecht en het tweepartijenstelsel werd volwassen. Sindsdien is de vreedzame overdracht van de macht tussen politieke partijen een bijna heilige lakmoesproef voor het succes van het democratische experiment.

Dat Trump daar nu aan morrelt, door in het midden te houden of hij de verkiezingsuitslag zal accepteren, is daarom voor veel Amerikanen aanmerkelijk ongewoner  – en beangstigender – dan het feit dat hij een berg vuile was heeft.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *