Leidsch Dagblad – September 24, 2016

Is Georgia wel een swing state?

Een van mijn liefste Leidse collega’s is dr. Simanique Moody. Ze komt uit de zuidelijke staat Georgia, uit een zwart protestants arbeidersgezin, waar ze de eerste was die een universiteit van binnen zag. Ze heeft de wereld vanuit een ander perspectief leren kennen dan ik, en kijkt anders naar Amerikaanse politiek. Zo kwamen we tot een weddenschap over haar thuisstaat.

Ze was verbijsterd toen ik haar, vers terug uit Georgia, vroeg hoe zij aankeek tegen het feit dat haar staat – traditioneel een Republikeins bolwerk – nu als swing state te boek staat. Onzin, zei ze, het idee dat Georgia een swing state zou zijn is belachelijk optimistisch. Ik toverde overzichtskaartjes van opiniepeilers tevoorschijn om mijn gelijk te halen, maar ze was onverbiddelijk.

Nu is dit drie weken geleden, en is Georgia ook op de peilingsite fivethirtyeight.com niet meer lichtblauw – wat wijst op een lichte voorsprong voor de Democraten – maar helder rood. Bovendien gaan Georgia’s zestien kiesmannen al twintig jaar naar de Republikeinen. De laatste keer dat de staat tijdens de presidentsverkiezingen Democratisch stemde, werd het een Clinton. Dat dan weer wel.

Onder witte Georgianen (55 procent) is de controversiële Confederate flag onverminderd populair. De vlag van de Zuidelijke Confederatie van slavernijstaten, die zich tijdens de Burgeroorlog (1861-1865) wilden afscheiden, symboliseert de Lost Cause. De sterk geromantiseerde verloren idealen en waarden van het trotse, gastvrije, maar lichtgeraakte Zuiden. Wie gevoelig is voor dit soort nostalgie – een substantieel deel van de witte inwoners – laat zich gemakkelijk overtuigen door iemand die belooft Amerika weer great te zullen maken.

Ongeveer 30 procent van de bevolking is zwart. Omdat zwarten, consistenter dan andere etnische minderheden, collectief Democratisch stemmen, zouden ze een belangrijke groep moeten zijn in het krachtenveld. In praktijk valt dit tegen. Juist onder zwarten zijn veel mensen die niet naar de stembus gaan.

Ik vroeg Simanique waarom. De belangrijkste reden, denkt ze, is dat er een gevoel heerst dat het niet uitmaakt. Dat de machtige elite toch wel doet wat ze wil. Tot 1965 mochten zwarte Georgianen niet eens stemmen. Toen ze het stemrecht alsnog kregen, ging dat niet bepaald van harte. Sommigen motiveert dat extra om naar de stembus te gaan, anderen voelen zich er ongewenst en blijven thuis.

Regelmatig rijzen er vermoedens dat zwarte kiezers doelbewust worden ontmoedigd. Sowieso is er veel armoede onder de zwarte bevolking – velen hebben twee banen of draaien diensten die het onmogelijk maken op tijd bij het stembureau te zijn. Bovendien moet je je ruim voor de verkiezingen registreren om te kunnen stemmen. Veel papierwerk, want er is geen gemeentelijke basisadministratie. Arme zwarten en latino’s hebben vaak geen officieel identiteitsbewijs – dat moeten ze aanschaffen voor ze zich kunnen registreren.

 

Verder hanteert Georgia een zero tolerance-beleid voor kleine criminaliteit. Je kunt jaren gevangenisstraf krijgen voor een winkeldiefstal. Dat overkomt vooral zwarten. Niet omdat ze meer misdaden plegen, maar omdat ze relatief zwaarder gestraft worden voor dezelfde vergrijpen. Georgia heeft wereldwijd één van de hoogste aantallen gevangenen per duizend inwoners. Tijdens je gevangenisstraf en de proefperiode erna mag je niet stemmen. De meeste ex-gedetineerden stemmen nooit meer.

Tot haar verbazing sprak Simanique ook zwarte Georgianen die Donald Trump best zagen zitten. Een zakenman die banen belooft. Iemand die ongepolijst is en van buiten het gewantrouwde establishment komt. Dat past wel bij Georgia’s stoere no-nonsense zelfbeeld.

Mijn enige tegenargument is dat Hillary Clinton er actiever campagne voert, bijvoorbeeld door mensen te helpen bij de registratie. Dat kan veel verschil maken, maar of het de sfeer kan laten omslaan? Ik vrees dat ik deze weddenschap ga verliezen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *