Leidsch Dagblad – October 11, 2016

Hypocrisie bij de Republikeinen

Als u het tweede presidentsdebat tussen Donald Trump en Hillary Clinton in de nacht van zondag op maandag niet hebt gezien: wees blij. Het was een vreemde mix van saai en walgelijk. Hillary Clinton was minder indrukwekkend dan tijdens het eerste debat, maar desalniettemin bewonderenswaardig kalm en gefocust. Donald Trump cirkelde als een roofdier om haar heen. Hij beschuldigde haar man van verkrachting en dreigde haar te laten opsluiten als hij eenmaal president is. Af en toe dacht ik dat hij haar zou gaan slaan. Het was een naargeestige show. Tegelijkertijd had het iets poëtisch dat de eerste vrouwelijke presidentskandidaat die echt kans maakt eerst de eindbaas van de foute mannen moet zien te verslaan. Verder werd het debat volkomen overschaduwd door de ineenstorting van Trumps campagne in de afgelopen dagen.

Genderkwesties zijn niet mijn specialisme. Natuurlijk spelen ze een rol bij de culturele processen die ik bestudeer, beeldvorming en herinnering, maar mijn proefschrift ging over een invloedrijke, witte man. President Franklin Roosevelt had veel en vanzelfsprekende macht. Toch merk ik dat ik bijna wekelijks over seksisme schrijf. De huidige race om het Witte Huis vraagt erom. Ik probeerde twee opeenvolgende weken over andere aspecten van de verkiezingen te schrijven. Toen kwam de Trump tape uit 2005 boven water, waarin Trump opschept over hoe hij vrouwen lastigvalt en seksueel misbruikt, ‘omdat hij een ster is, en dan mag dat’. Tja.

Anders dan veel conservatieve Republikeinen die over elkaar buitelden om hun afschuw uit te spreken, was ik ook weer niet zo verrast door Trumps uitspraken. Als een student met veel hormonen en een matig ontwikkeld geweten dit tegen mede-adolescenten had gezegd, zou ik er amper van opkijken. Gelukkig weten de meeste adolescenten niet waar ze moeten kijken als iemand opschept over zijn seksuele wangedrag en zijn er altijd nog helden die er iets van durven te zeggen. Maar in dit geval betreft het een man van toen zestig en inmiddels zeventig. Bij wijze van ‘kleedkamerpraat’ beweerde Trump dat hij vrouwen regelmatig in hun vagina greep. Hij ontkende pas expliciet dat hij dat daadwerkelijk deed nadat de debatleider de vraag drie keer had herhaald. In plaats daarvan zei hij telkens dat hij ‘enorm veel respect heeft voor vrouwen’.

Toch vind ik dat Trump veel akeligere dingen heeft gezegd en gedaan. Over moslims, zwarten, latino’s, mensen met een beperking, en ja, vrouwen dus. Dat was voor al die conservatieven die hem nu afvallen blijkbaar wel acceptabel? Tegen Trump zelf loopt op dit moment een aanklacht voor een verkrachting van iemand die toen 13 jaar oud was. Maar toen er in 1989 vijf zwarte tieners – de Central Park Five –werden beschuldigd van een verkrachting, plaatste Trump paginagrote advertenties die opriepen hen te executeren. Zelfs nádat ze op basis van DNA-tests onschuldig waren gebleken hield hij vast aan dat standpunt. Dat hij dubbele standaarden hanteert was, kortom, allang duidelijk.

Maar de conservatieve Republikeinen die afstand van Trump nemen, hanteren zelf ook dubbele standaarden, al klinken ze meer gepolijst. De meesten noemen hun vrouwen en dochters, die door Trumps uitspraken zijn beledigd. Blijkbaar kun je de pijn van een vrouwelijke medemens pas serieus nemen als ze familie is. Geen wonder dat Trumps oproep om alle moslims uit te sluiten minder erg was, want niemand van het establishment heeft moslims in zijn familie. En na het debat lijkt de rel alweer minder erg. Als Trump de komende dagen ietsje stijgt in de peilingen, vinden de andere Republikeinen hem vast snel weer een toffe peer.

Leidsch Dagblad – October 8, 2016

Mike Pence, conservatieve redder in nood

Tijdens het vicepresidentiële debat tussen Democraat Tim Kaine en Republikein Michael Pence kreeg ik ineens medelijden met Pence. Hij is een professionele politicus, maar het was hem aan te zien dat hij een onmogelijke opdracht had: Donald Trump verdedigen. Hillary Clintons campagne had vlak na het debat al een pesterig spotje klaar: ‘Kop op, Mike, wij zouden hem ook niet kunnen verdedigen!’ De uiterst conservatieve Pence is het overduidelijk op veel punten oneens met Trump.

Dat hij desondanks Trumps running mate is, zegt iets over de spagaat waarin de Grand Old Party zich de afgelopen decennia heeft gewerkt. Dat begon ongeveer veertig jaar geleden met twee verschillende, onderling verweven, bewegingen. Eén richting christelijk conservatisme en één richting een agressieve afwijzing van, nou ja, alles eigenlijk. De Republikeinse partij is geleidelijk steeds meer gegijzeld door beide bewegingen.

Door de Watergate-affaire (1974) moest toenmalig president Richard Nixon aftreden. Hij was betrapt op het afluisteren van zijn politieke tegenstanders. In 1976 verloren de Republikeinen op dramatische wijze de verkiezingen. De situatie rond de onbetrouwbaar gebleken Nixon was al vernederend, maar het feit dat Democraat Jimmy Carter, een wedergeboren christen, aan de haal ging met een groot deel van de, traditioneel Republikeinse, evangelische kiezers was extra zout in de wonde.

Mede daarom leidde Ronald Reagan de Republikeinse partij eind jaren zeventig terug naar de ‘oude waarden’ van het traditionele, witte, christelijke, vaderlandslievende Amerika. ‘De gewone man’ zou daar na de woelige jaren zestig en het Watergate-debacle wel naar terugverlangen. Als je op YouTube Reagans campagnespotje ‘It’s Morning in America’ opzoekt, krijg je een beeld van wat Reagan bedoelde en welke clichés hij aansprak. Hij werd in 1980 president en daarmee begon de Republikeinse partij aan een koerswijziging: van klassiek Republikeins – voor een kleine overheid en zoveel mogelijk soevereiniteit voor de individuele staten – naar conservatief christelijk.

Die conservatieve beweging is sinds Reagan extremer geworden. Ultra-conservatieve politici, zoals voormalig presidentskandidaat Ted Cruz en Mike Pence zijn er voorbeelden van. Ze vertegenwoordigen de mensen die dagelijks medewerkers en cliënten van abortusklinieken terroriseren en – grondwet of geen grondwet – proberen homohuwelijken te dwarsbomen.

Daarnaast is er de ‘Tea Party’, genoemd naar het Amerikaanse protest in 1773 tegen de Britse koloniale overheersing, met kopstukken als Sarah Palin. Een luidruchtige factie die zichzelf definieert op basis van uitsluiting, en sterk tegen het establishment is gekant. Ze willen, zogenaamd principieel, niet meewerken met alles wat een ‘nep-christen’ en ‘nep-Amerikaan’ als Barack Obama initieert. Palin vertegenwoordigde aanvankelijk zowel de conservatieve als de anti-beweging, maar tijdens de voorverkiezingen koos ze partij, tegen Cruz en voor Trump.

Trumps succes is dus geen donderslag bij heldere hemel, maar de culminatie van een al jaren aanzwellend tegengeluid. Mensen als Palin hebben het landschap voor hem gecreëerd: een kale vlakte die alleen nog maar middelvingers tegen de heersende orde toelaat. Tegelijk doorbreekt Trump de verstikkende gijzeling door het conservatisme van Cruz en de zijnen. Trump is niet conservatief, eerder klassiek Republikeins. Iets dat hij, tussen alle flauwekul door, soms hardop uitspreekt. Dit blijkt ook wel uit het feit dat hij een coalitie zoekt met de vakbonden en de arbeidersbeweging van Democraat Bernie Sanders. Conservatieven als Mike Pence heeft hij nodig om een belangrijke vleugel van de partij binnenboord te houden, maar het blijft een verstandshuwelijk. Trump heeft een broertje dood aan Pence en maakt daar geen geheim van. Gelukkig voor Pence ziet de partij hem als een stabiliserende factor in de puinhoop. Dat zal nog van pas komen als hij in 2020 of 2024 zelf president wil worden. Onzin dus, dat medelijden.

Leidsch Dagblad – October 1, 2016

Wat als Trump de verkiezingen wint?

‘Wat gebeurt er als Trump wint?’ Logische vraag, want de Republikeinse presidentskandidaat is beslist niet kansloos. Helaas gaat mijn soort wetenschap niet over voorspellen. Ik onderzoek waarom dingen mooi zijn, hoe taal en werkelijkheid samenhangen, hoe woorden en beelden betekenis krijgen. Wat er in de toekomst gaat gebeuren, weet ik net zo min als u. Ik denk dat het Hillary Clinton of Donald Trump wordt en dat de andere kandidaten nul procent kans hebben.

Studenten raad ik altijd af om te speculeren over zaken die letterlijk van ontelbaar veel factoren afhangen. In strijd met mijn eigen regel toch een paar opmerkingen over een eventueel Trump-presidentschap.

Dat het weinig uitmaakt als Trump president wordt, zoals mensen soms zeggen, geloof ik niet. Het is waar dat het Amerikaanse systeem ingebouwde checks and balances heeft om de president te controleren, en zo nodig in toom te houden. Het Congres gaat over de begroting en kan een veto van de president overrulen, zoals de huidige president Barack Obama deze week voor het eerst in acht jaar overkwam. Voor veel benoemingen doet de president een voordracht, maar de Senaat, de Amerikaanse Eerste Kamer, moet ermee instemmen. Het Hooggerechtshof beoordeelt of orders van de president grondwettig zijn. Bovendien zijn veel federale instellingen – het leger, de CIA – logge organisaties die niet zomaar van koers veranderen.

Allemaal waar, maar toch kan een machtswellustige president veel kwaad doen. En met zo iemand hebben we te maken. Iemand die niet vanuit democratische waarden redeneert, maar het systeem zo ver mogelijk wil oprekken. Trumps team heeft een plan klaarliggen waarin hij op dag 1 van zijn eventuele presidentschap, 25 Executive Orders (presidentiële bevelen) tekent die een groot deel van Obama’s werk ongedaan maken. Wat ervoor in de plaats komt, is onduidelijk. De constitutionele toetsing van die orders door het Hooggerechtshof duurt maanden, zo niet jaren, dus president Trump heeft in het begin de vrije hand. Bovendien mag hij meteen een nieuwe rechter aanstellen in het Hooggerechtshof, want er is een plaats vrij. En er komen meer vacatures aan.

Wat betreft politieke voornemens heb ik geen idee in hoeverre Trump zijn plannen echt kan uitvoeren. Onderzoek laat zien dat Amerikaanse presidenten gemiddeld zeventig procent van hun verkiezingsbeloften waarmaken. Maar Trumps beloften zijn zo vaag, dat waarschijnlijk zelfs achteraf onmeetbaar is of ze zijn uitgekomen.

Trumps algehele inconsistentie en onbetrouwbaarheid zijn, behalve lachwekkend, ook een enorm risico. Zoals een groep hooggeplaatste defensiespecialisten in een open brief schreef: de president beschikt over de mogelijkheid Amerika’s atoomwapens in te zetten. De codes daarvoor moeten we niet in handen geven van iemand die ze wellicht gaat gebruiken in reactie op een beledigende tweet, aldus de schrijvers.

Bovendien is de hele wereld in zekere zin afhankelijk van de VS als militaire supermacht. Van het wereldwijde defensiebudget is 37 procent Amerikaans; de VS heeft een krijgsmacht die even groot is als die van de nummers twee tot en met zeven samen. De verhoudingen in de rest van de wereld zijn nu niet bepaald stabiel, en een voorspelbare VS is cruciaal voor het broze evenwicht op tal van andere plekken. Trump heeft al gezegd dat hij tegen een Navo-interventie is in Oost-Europa. Als hij president wordt, is het niet ondenkbaar dat de Russische president Poetin op 21 januari 2017, de dag na Trumps inauguratie, de Baltische staten annexeert.

Enfin. Als een student dit had geschreven, zou ik zeggen: hou op met je apocalyptische rampscenario’s en bedenk een vraag die je wél kunt beantwoorden. Wat gebeurt er als Trump wint? Laten we hopen dat we er niet achter komen.

Leidsch Dagblad – September 28, 2016 (Dutch & English)

Clinton domineert het eerste debat (English below Dutch)

Verschillende analisten zeiden na het eerste debat tussen presidentskandidaten Hillary Clinton en Donald Trump, dat Trump niet voldoende en Clinton juist te goed voorbereid was. Op Twitter merkte iemand daar snedig bij op dat dat vaker zo gaat als een man en een vrouw op sollicitatiegesprek komen. En dat de man de baan dan meestal krijgt. En ja, ook nu was seksisme impliciet en expliciet aanwezig. Als vrouwelijke kandidaat in een cultuur die mannelijke leiders gewend is en een enorme tolerantie heeft voor mannelijke imperfectie, maar niet voor vrouwelijke, zal Clinton daar altijd last van hebben. Maar mij viel op dat ze er bij dit debat bijzonder doordacht mee omsprong.

Trump onderbrak haar, afhankelijk van hoe je telt, tussen de 24 en de 51 keer, praatte dwars door haar en de debatleider heen, lachte niet en stond te snuiven als een getergde stier. Clinton, die als geen ander weet dat je als vrouw onbetrouwbaar en onsympathiek wordt gevonden, tenzij je je volgens traditionele gendernormen gedraagt, interrumpeerde niet, gebaarde heel bescheiden en glimlachte aan één stuk door grootmoederlijk en gemeen tegelijk. ‘Ach jochie toch’, ‘bless his little heart’, leek ze te zeggen.

Ze viel Trump aan op het feit dat hij een vrouwelijke journalist een ‘dik varken’ had genoemd. Trump antwoordde dat de vrouw in kwestie dat verdiende. Lachen voor zijn aanhangers, maar weinig presidentieel voor de gematigde Republikeinen wier stemmen hij ook nodig heeft.

Uit principe zeg ik nooit iets over de outfit van een vrouwelijke ambtsdrager. Het leidt af van de inhoud, niemand praat over de kleding van mannen, en het suggereert dat een vrouw pas serieus kan worden genomen als ze er aantrekkelijk uitziet. Maar in dit geval maak ik een uitzondering. En wel om mijn hoed af te nemen voor Hillary’s felrode maatpak. Of het mooi is interesseert me niet, maar in dit geval maakte Clinton een ijzersterk statement. Ze zei eigenlijk: ‘Hier, als jullie dan per se mijn kleding moeten bespreken, maak er wat van.’ Reacties als ‘gedrenkt in het bloed van de mannen die hebben gepoogd haar kapot te maken’ en ‘een rode lap op een stier’ vatten het oordeel aardig samen. Zo werkte het inderdaad op Trump.

Een ander voorbeeld is haar gebruik van voornamen. Let maar eens op, veel media, ook kwaliteitskranten en gerenommeerde peilers, hebben het over ‘Hillary’ versus ‘Trump’. Een bekend verschijnsel. Bij vrouwen nemen we sneller de vrijheid om te tutoyeren en voornamen te gebruiken dan bij mannen. In plaats van erop te staan dat ze bij haar achternaam wordt genoemd, als erkenning dat ze in het mannenwereldje van de politiek voor vol wordt aangezien, buit Clinton dit effect juist uit. Ze noemt zichzelf Hillary, en spreekt Trump gezellig aan met Donald. En je ziet dat hij zich doodergert.

Maar wie heeft het debat nu gewonnen? Als wetenschapper zeg ik: dat weten we nog niet. In de loop van deze week verschijnen er nieuwe, methodologisch goed verantwoorde opiniepeilingen. Die kunnen meer uitsluitsel geven dan de meestal sterk gekleurde peilingen van nieuws-websites. Hoewel, historisch blijken debatten maar zelden de echte game-changers in de race om het Witte Huis. Vaak accentueren ze een trend die er toch al was. Dat is op dit moment interessant, omdat ‘de trend’ in de peilingen al een tijdlang onduidelijk is. Misschien komt daar nu verandering in. Hoe dat ook zij, voor mij persoonlijk staat wel vast wie de winnaar is van dit debat.


Clinton Dominates First Debate

Several analysts said, after the first debate between presidential nominees Hillary Clinton and Donald Trump, that Trump was underprepared and Clinton overprepared. On Twitter someone snidely responded that this is often the case when a man and a woman go for a job interview. And that the man usually lands the job.

And yes, here too sexism was implicitly and explicitly present. As a female candidate in a culture that is used to male leadership and has enormous tolerance for male, but not female, imperfection, this will always bother Clinton. But I was struck by how thoughtfully she handled it in this debate.

Trump interrupted her, depending on how you count, between 24 and 51 times, talked right over her and the moderator, never smiled, and was heaving like a frustrated bull. Clinton, who knows like no-one else that you are considered untrustworthy and unsympathetic as a woman, unless you perform according to traditional gender norms, did not interrupt, gestured very modestly, and smiled constantly, grandmotherly and mean at the same time. “Ach, wee one”, she seemed to be saying, “bless his little heart”.

She attacked Trump for calling a female journalist a fat pig. Trump responded that the woman in question had deserved it. Funny for his fan-base, but not very presidential for the moderate Republicans whose vote he also needs.

As a matter of principle, I never say anything about a female politician’s attire. It distracts from the content. Nobody talks about the clothes of men. And it suggests that a woman can only be taken seriously if she looks attractive. But in this case I make an exception, because I want to take off my hat for Clinton’s bright red suit. Whether it was beautiful doesn’t interest me, but in this case Clinton made a strong statement. She more or less said: “Here, if you must discuss my clothing, make something of this!”. Responses like “steeped in the blood of men who tried to break her”, and “like a red rag to a bull” summarize the collective judgement fairly well. And that’s how it did affect Trump.

Another example is her use of first names. If you pay attention to it, you’ll notice that many media, including quality papers and reputable pollsters, talk about ‘Hillary’ versus ‘Trump’. It’s a well-known phenomenon. With women we are more likely to take the freedom to use first names than with men. Instead of insisting that she be addressed by her surname, in recognition that she is a serious player in the men’s world of politics, Clinton employs this effect actively. She calls herself Hillary, and cosily addresses Trump as Donald. And you can see that it freaks him out.

But who won the debate? As an academic I have to say: I don’t know. In the course of this week we’ll see the first scientific, methodologically sound, polls done after the debate. Those can give more certainty than the usually highly unreliable internet polls. However, historically, debates rarely turn out to be game changers in the race to the White House. They often accentuate a tendency that was there already. That is interesting at this moment, because the trend isn’t very clear now, and perhaps the new polls will change that. In any case, for me personally it’s entirely clear who the winner of this debate is.

Leidsch Dagblad – September 24, 2016

Is Georgia wel een swing state?

Een van mijn liefste Leidse collega’s is dr. Simanique Moody. Ze komt uit de zuidelijke staat Georgia, uit een zwart protestants arbeidersgezin, waar ze de eerste was die een universiteit van binnen zag. Ze heeft de wereld vanuit een ander perspectief leren kennen dan ik, en kijkt anders naar Amerikaanse politiek. Zo kwamen we tot een weddenschap over haar thuisstaat.

Ze was verbijsterd toen ik haar, vers terug uit Georgia, vroeg hoe zij aankeek tegen het feit dat haar staat – traditioneel een Republikeins bolwerk – nu als swing state te boek staat. Onzin, zei ze, het idee dat Georgia een swing state zou zijn is belachelijk optimistisch. Ik toverde overzichtskaartjes van opiniepeilers tevoorschijn om mijn gelijk te halen, maar ze was onverbiddelijk.

Nu is dit drie weken geleden, en is Georgia ook op de peilingsite fivethirtyeight.com niet meer lichtblauw – wat wijst op een lichte voorsprong voor de Democraten – maar helder rood. Bovendien gaan Georgia’s zestien kiesmannen al twintig jaar naar de Republikeinen. De laatste keer dat de staat tijdens de presidentsverkiezingen Democratisch stemde, werd het een Clinton. Dat dan weer wel.

Onder witte Georgianen (55 procent) is de controversiële Confederate flag onverminderd populair. De vlag van de Zuidelijke Confederatie van slavernijstaten, die zich tijdens de Burgeroorlog (1861-1865) wilden afscheiden, symboliseert de Lost Cause. De sterk geromantiseerde verloren idealen en waarden van het trotse, gastvrije, maar lichtgeraakte Zuiden. Wie gevoelig is voor dit soort nostalgie – een substantieel deel van de witte inwoners – laat zich gemakkelijk overtuigen door iemand die belooft Amerika weer great te zullen maken.

Ongeveer 30 procent van de bevolking is zwart. Omdat zwarten, consistenter dan andere etnische minderheden, collectief Democratisch stemmen, zouden ze een belangrijke groep moeten zijn in het krachtenveld. In praktijk valt dit tegen. Juist onder zwarten zijn veel mensen die niet naar de stembus gaan.

Ik vroeg Simanique waarom. De belangrijkste reden, denkt ze, is dat er een gevoel heerst dat het niet uitmaakt. Dat de machtige elite toch wel doet wat ze wil. Tot 1965 mochten zwarte Georgianen niet eens stemmen. Toen ze het stemrecht alsnog kregen, ging dat niet bepaald van harte. Sommigen motiveert dat extra om naar de stembus te gaan, anderen voelen zich er ongewenst en blijven thuis.

Regelmatig rijzen er vermoedens dat zwarte kiezers doelbewust worden ontmoedigd. Sowieso is er veel armoede onder de zwarte bevolking – velen hebben twee banen of draaien diensten die het onmogelijk maken op tijd bij het stembureau te zijn. Bovendien moet je je ruim voor de verkiezingen registreren om te kunnen stemmen. Veel papierwerk, want er is geen gemeentelijke basisadministratie. Arme zwarten en latino’s hebben vaak geen officieel identiteitsbewijs – dat moeten ze aanschaffen voor ze zich kunnen registreren.

 

Verder hanteert Georgia een zero tolerance-beleid voor kleine criminaliteit. Je kunt jaren gevangenisstraf krijgen voor een winkeldiefstal. Dat overkomt vooral zwarten. Niet omdat ze meer misdaden plegen, maar omdat ze relatief zwaarder gestraft worden voor dezelfde vergrijpen. Georgia heeft wereldwijd één van de hoogste aantallen gevangenen per duizend inwoners. Tijdens je gevangenisstraf en de proefperiode erna mag je niet stemmen. De meeste ex-gedetineerden stemmen nooit meer.

Tot haar verbazing sprak Simanique ook zwarte Georgianen die Donald Trump best zagen zitten. Een zakenman die banen belooft. Iemand die ongepolijst is en van buiten het gewantrouwde establishment komt. Dat past wel bij Georgia’s stoere no-nonsense zelfbeeld.

Mijn enige tegenargument is dat Hillary Clinton er actiever campagne voert, bijvoorbeeld door mensen te helpen bij de registratie. Dat kan veel verschil maken, maar of het de sfeer kan laten omslaan? Ik vrees dat ik deze weddenschap ga verliezen.

Leidsch Dagblad – September 17, 2016

Waar is de erfenis van Abraham Lincoln?

Donald Trump sprak laatst een groep kiezers toe in een zwarte kerk in Detroit. Hij vergeleek zichzelf met de legendarische Republikeinse president Abraham Lincoln, de afschaffer van de slavernij. Dat klinkt logisch – een Republikeinse kandidaat plaatst zichzelf in de traditie van de populairste Republikeinse president ooit – maar dat is het allerminst.

Sommige mensen delen de mensheid in in koffie- versus theedrinkers. Of homo’s en hetero’s, mannen en vrouwen, Republikeinen en Democraten. Tweedelingen die zelden standhouden, want sommige mensen zijn transgender, of drinken alleen warme chocolademelk. Toch hebben die sociale constructies een functie. Ze maken het mogelijk om je als koffiedrinker onderdeel te voelen van het Gilde van Koffiedrinkers, dat – argumenten zijn niet nodig – neerkijkt op die slappe theedrinkers.

Een cultureel diep verankerde tweedeling in de Verenigde Staten is die tussen Noord en Zuid. Dit onderscheid heeft weinig te maken met geografie, maar des te meer met politiek. Missouri en Kentucky behoren tot de Zuidelijke staten, maar liggen ongeveer op dezelfde breedtegraad als de Noordelijke staten West-Virginia en Maryland. Noord of Zuid wordt bepaald door de vraag: aan welke kant stond deze staat tijdens de Burgeroorlog van 1861-1865?

De Burgeroorlog ontstond rond twee centrale twistpunten: de afschaffing van de slavernij, en de machtsverhouding tussen de individuele staten en Washington. In de Zuidelijke staten verrichtten zwarte slaven het leeuwendeel van de, vooral agrarische, arbeid. Witte grootgrondbezitters daar vonden dat individuele staten soeverein moesten zijn (dit heet statism). In de Noordelijke staten bestond geen slavernij en wilde men de federale overheid meer macht geven (federalism). Bijvoorbeeld om de slavernij landelijk af te schaffen. De ruzie leek onoplosbaar en zeven Zuidelijke staten besloten, tegen de wens van het Noorden, zich af te scheiden. Op 12 april 1861 was de Burgeroorlog een feit.

In die tijd deelde de Republikeinse Partij de politieke overtuigingen van de Noordelijke staten. Onder Lincoln won het Noorden in 1865 de oorlog, waardoor de Staten Verenigd bleven. Als het anders was gelopen, had het conflict de Onafhankelijkheidsoorlog geheten. In het Zuiden hoor je soms nog spreken van de ‘oorlog tussen de staten’. Een statist perspectief op de kwestie.

Doordat Lincoln een Republikein was, werden teleurgestelde blanke Zuiderlingen na de Burgeroorlog in de armen gedreven van de Democraten. In de eeuw na 1865 had de Democratische Partij – die er verder een progressieve agenda op na hield – een conservatieve vleugel in staten als Georgia, Alabama en Louisiana. Met kiezers die statist waren en de afschaffing van de slavernij betreurden. Democratische politici moesten ook hen tevreden houden. Zo durfde president Franklin Roosevelt het eind jaren dertig niet aan om het lynchen van zwarten te veroordelen. Hij had te veel Zuidelijke stemmen te verliezen.

De Democratische president Lyndon Johnson maakte in 1964, onder druk van de Burgerrechtenbeweging, een abrupt einde aan die situatie. Toen hij de Civil Rights Act tekende die, eindelijk, de burgerrechten van zwarten garandeerde in alle vijftig staten, zei hij volgens de overlevering: ‘Nu zijn we het Zuiden minstens een generatie kwijt.’

Johnson heeft dit waarschijnlijk niet echt gezegd, maar het is wel waar. De Zuidelijke staten stemmen sinds 1964 overwegend Republikeins. Niet omdat ze zich tot het gedachtegoed en federalisme van Lincoln hebben bekeerd, maar omdat ze zich verraden voelen door de Democraten.

Republikeinse standpunten van de laatste decennia, tégen een grote overheid en emancipatieprogramma’s voor minderheden, en vóór law and order, passen daarentegen goed bij de visie van de vroegere Zuidelijke Democraten. Die visie ligt dichtbij die van Trump. Maar door zichzelf te vergelijken met een icoon als Lincoln, slaat hij de plank historisch gezien volledig mis.

Leidsch Dagblad – September 14, 2016

Rustig blijven doorademen, Hillary

Longontsteking is een nare ziekte. Ik heb het als twintiger gehad en in mijn herinnering waren  vooral ademhalen en lachen pijnlijk. Dat de Democratische presidentskandidaat Hillary Clinton nu door deze ziekte is geveld, is ongetwijfeld een probleem. Een kandidate die lacht en ademt is een cruciaal ingrediënt van een goede campagne. Dus reken maar dat Clintons team nu keihard werkt aan alternatieve oplossingen voor het geval ze, bijvoorbeeld, over een kleine twee weken niet fit genoeg is voor het eerste grote verkiezingsdebat.

Maar als we er even van uitgaan dat de antibiotica aanslaan en Clinton in de loop van de komende weken weer opkrabbelt, zal het effect van haar ziekte op de campagne  wel meevallen. Er bestaat in de Verenigde Staten een lange traditie van samenzweringstheorieën over de gezondheid van presidentskandidaten .  De kandidaat uit het andere kamp wordt beschuldigd van het angstvallig geheim houden van één of andere exotische en tot de verbeelding sprekende ziekte. Zo circuleren er filmpjes op internet waarin een arts – uiteraard niet de behandelend arts – aan de hand van vage beelden en moeilijke woorden beargumenteert dat Hillary de ziekte van Parkinson heeft. Vergelijkbaar materiaal is te vinden over John McCain, maar ook over eerdere presidenten (Kennedy, Eisenhower) waren er dit soort verhalen.

Het genre nam een grote vlucht ten tijde van de campagnes van Franklin Roosevelt in de jaren dertig en veertig. Roosevelt had als volwassene polio gehad en had daardoor verlamde benen. Zelf deed hij er alles aan de indruk te wekken nauwelijks gehandicapt te zijn. Hij liet de pers beloven hem niet in zijn rolstoel te filmen of fotograferen.  Als hij sprak deed hij dat staand, maar het spreekgestoelte moest aan de vloer zijn vastgeschroefd, want hij leunde met zijn volle gewicht op zijn armen. Deze trucs  moeten we zien tegen de achtergrond van het feit dat veel mensen in die tijd dachten dat polio ook de geestelijke vermogens aantastte. Om niet levenslang uitgeschakeld te zijn moest Roosevelt zijn handicap wel onzichtbaar maken.

Tegenwoordig is het niet heel anders. Donald Trumps campagneteam is al maanden bezig Clintons gezondheid in twijfel te trekken. Ze zou er sick uitzien, een woord dat zowel ‘ziek’ als ‘gestoord’ kan betekenen. En in elk geval, benadrukken ze, is ze niet zo ‘sterk’ en ‘capabel’ als Amerikanen van hun commander in chief verwachten. Deze rol als formele opperbevelhebber van het leger gaf ook ten tijde van Roosevelt met zijn verlamde benen aanleiding tot gesteggel over de vraag of de legerleider niet een kerngezonde, ijzersterke vent moet zijn. Niet dat de president ooit fysiek de troepen zou hoeven aanvoeren, maar dat is wel het beeld dat mensen hebben. Net als veel traditioneel ingestelde Amerikanen nu niet direct een 68-jarige vrouw voor de troepen uit zien rennen. Een sentiment dat de 70-jarige zakenman graag aanwakkert. Hij is zelf ook al geen gestaalde jonge god, maar wel iemand die gelooft dat aanval de beste verdediging is.

Dat Clintonnu echt ziek is, zal complotdenkers een aangenaam ‘zie je wel’-gevoel geven, maar zij gingen toch al niet op haar stemmen. En in een race waarin beide kandidaten extreem impopulair zijn, is het misschien best strategisch voor Clinton om zich een beetje stil te houden. Tot nu toe was degene die het nieuws domineerde ook steeds degene die het hardst daalde in de peilingen. De recente daling van Clinton lijkt gestopt. Als ze rustig doorademt en in de komende weken weer gaat lachen, dan was de hysterie van deze week niet meer dan een zoveelste poging de tegenstander te beschadigen.

Leidsch Dagblad – September 10, 2016

Lewinsky-affaire achtervolgt Hillary

Aanstaande zondag is de eerste aflevering van Droomland Amerika (VPRO) op televisie. Als Amerikanist mocht ik een preview zien. Slimme zet natuurlijk, want die preview hadden de programmamakers toch en ik maak nu gratis reclame, met de autoriteit van iemand die geen enkele verplichting heeft iets positiefs te zeggen. Maar dat doe ik wel, want de aflevering maakt hetzelfde belangrijke punt als ik vorige week, over de maatschappelijke onvrede in fly-over America, het deel van de VS dat de kosmopolitische elite van Oost- en Westkust alleen van boven kent. Met prachtige, ontroerende en melodramatische beelden van verlaten fabrieken.

Zo’n preview-aanbod geeft een inkijkje in hoe ‘de media’ werken. Leerzaam voor mij als onderzoeker. Door deze column kom ik op een andere manier in aanraking met beeldvorming en het management daarvan. Dat ik beeldvorming bestudeer wil helaas niet zeggen dat ik er zelf ook goed in ben om te sturen hoe ik overkom. Eén blik op de foto hiernaast zegt genoeg. Het was natuurlijk een geinig idee, zo’n ‘I want YOU’-pose, maar op mijn gezicht staat ongewild in koeienletters te lezen: ‘Wat ís dit voor flauwekul?!’ Dat zou Hillary Clinton beter doen.

De Clintons, vooral Bill, staan bekend om hun schijnbaar oneindige vermogen klappen te incasseren en daarna met een verpletterende charme terug te komen. Dat Hillary daarbij als minder aantrekkelijk ervaren wordt dan haar man, komt door Bills onwaarschijnlijke X-factor, maar ook door cultureel verankerd seksisme.

Een van de grofste negatieve verkiezingsleuzen van de Republikeinen tot nu toe is wat mij betreft ‘Hillary sucks, but not like Monica’ (‘Hillary zuigt, maar niet zoals Monica’). De leus verwijst naar de Lewinsky-affaire in 1998, het schandaal rondom de affaire van toenmalig president Bill Clinton met Monica Lewinsky. Clinton zwoer dat hij niet met Lewinsky naar bed was geweest. Toen er kort daarna een jurk van Lewinsky met sperma van Bill Clinton opdook, waren velen ervan overtuigd dat Clinton onder ede gelogen had. Het Congres begon een impeachment procedure om de president af te zetten. Een cruciaal punt in Clintons succesvolle verdediging tijdens die procedure was, dat Lewinsky hem wel oraal bevredigd had, maar dat dat voor hem niet als seks telde. Mja. Okee.

In dat licht is de slogan ‘Hillary sucks, but not like Monica’, zowel geniepig als op een foute manier grappig. De claim is dat Hillary Clinton niet alleen vervelend is (‘sucks’), maar ook faalt in het seksueel dienen van haar man, zodat hij zich wel tot zijn 22-jarige stagiaire móést wenden. Vrouwen met politieke macht worden bijna nooit als sexy gezien, ongetwijfeld mede omdat ze zich als machthebbers niet onderdanig opstellen. Denk aan Margaret Thatcher of Angela Merkel. Maar de leus suggereert dat Hillary Clinton wel een extreem geval is: iedereen weet dat zelfs haar man haar niet aantrekkelijk vindt.

Natuurlijk is er ook een andere kant aan dit verhaal. Hillary vertelt regelmatig in de media hoe zij de ontrouw van haar echtgenoot ervaren heeft en hoe ze er samen uitgekomen zijn. Dat verhaal is voor velen herkenbaar, en een lichtend voorbeeld in een maatschappij waar monogame heteroseksuele relaties de norm zijn.

Maar hoe vakkundig ze het ook spint, de Lewinsky-affaire heeft Hillary politiek beschadigd. Bill liet Monica keihard vallen. ‘Er samen uitkomen’ betekende blijkbaar ‘samen kiezen voor de macht’. Dat Hillary wordt afgerekend op haar mans buitenechtelijke escapade én op zijn afhandeling ervan is wrang. Maar de dagelijkse realiteit van de voormalige middenklasse uit de Rust Belt is ook wrang. Een deel van hen ruikt bloed. En een goeie foute grap gaat er altijd in.

Leidsch Dagblad – September 3, 2016

Wat drijft Trump-stemmers?

Zoals Nederlanders zichzelf vroeger heel tolerant voelden, bestond in de Verenigde Staten lang het zelfbeeld dat sociale klasse er voor Amerikanen niet toe deed. Racisme wordt al sinds de negentiende eeuw als nationaal probleem gezien, maar wat betreft klasse-gelijkheid waren Amerikanen een voorbeeld voor de wereld, vonden ooit zelfs Marx en Engels.

Er waren natuurlijk wel grote verschillen tussen arm en rijk. Maar culturele archetypen zoals Dagobert Duck, straatarm naar de VS gekomen en daar met hard werken en slim zakendoen miljardair geworden, hielden het idee levend dat sociale mobiliteit altijd tot de mogelijkheden behoort. Hoe arm je ook begint. Omgekeerd herinneren veel welgestelde Amerikanen zich hoe ze hun studie bekostigden met een baantje in een fastfoodrestaurant.

De laatste decennia – ongeveer sinds het presidentschap van Ronald Reagan in de jaren tachtig – kalft die egalitaire cultuur langzaam af. Als je eenmaal arm bent, is het moeilijker om eruit te komen en de elite is rijker en ontoegankelijker dan ooit.

Veel mensen, vooral in de zogenoemde Rust Belt rondom de Grote Meren, hadden ooit een stabiele baan. De regio vormde het industriële hart van de VS, bekend om zijn staal, steenkool en autofabrieken. Totdat bedrijven hun productie naar elders verplaatsten. De automatisering deed de rest. Nu werken veel voormalige fabrieksarbeiders in de dienstensector – een sector die nauwelijks kans biedt op vast werk. Banen zijn parttime, dan hoeft in de VS de werkgever niet voor een pensioen en andere sociale voorzieningen te zorgen. Vroeger hadden ze één baan, die vastigheid, vakantie, en op termijn een bescheiden eigen woning opleverde. Diezelfde mensen hebben nu twee of meer onregelmatige baantjes. die geen zekerheid of vooruitzichten bieden. Alleen overleven op de korte termijn. Als ze een eigen huis hadden, zijn ze dat in de afgelopen jaren kwijtgeraakt. Of zijn ze bang om het alsnog kwijt te raken.

Tegelijkertijd is er nu meer dan vroeger, vooral aan de oost- en westkust, een grote groep zeer welgestelden, wier ouders al rijk en hoogopgeleid waren. Zij zijn zichtbaar anders. Niet alleen wat betreft inkomen, maar ook qua eetgewoonten, taalgebruik, de opvoeding van hun kinderen en politieke prioriteiten. Daar kom je niet zomaar meer tussen.

De worstelende groep witte arbeiders en kleine zelfstandigen die ik hierboven beschreef heeft, begrijpelijk, een hekel aan die elite. Die spreekt op zijn beurt over rednecks en white trash met een minachting die ze zich over etnische of seksuele minderheden nooit zouden veroorloven.

Veel voormalige autoworkers zijn boos dat hun baan naar China is verhuisd. Net als zelfstandigen in de bouw, die zien dat illegale immigranten hun werk voor minder doen. De Democratische presidentskandidaat Bernie Sanders redeneerde: ‘Het komt door de multinationals die productiewerk hebben geëxporteerd en bedrijven die illegale immigranten uitbuiten.’ De Republikein Donald Trump spreekt dezelfde onvrede aan met een klassiek Trumpiaanse oversimplificatie: ‘Het is de schuld van de buitenlanders’.

En anders dan Sanders, boort hij hiermee iets aan dat juist wel tot het traditionele blanke Amerikaanse repertoire behoort: het geloof in white supremacy. Blanken die zich in de steek gelaten voelen door de elite – à la Hillary Clinton – die arm zijn, de dreiging van armoede voelen, of bang zijn dat hun kinderen het niet redden in de maatschappij van nu, kunnen zich altijd nog beter voelen omdat ze wit zijn. En niet zwart, latino of moslim. Trump is nog veel rijker dan de Clintons maar afficheert zich handig als potentiële werkgever, wiens boodschap op raciaal gebied resoneert met hun onvrede. Maar wat hij ook zegt, en wie het ook wordt, de volgende president gaat de verloren stabiliteit en baanzekerheid niet terugbrengen.

Leidsch Dagblad – August 27, 2016

Waarover stemmen Amerikanen straks?

Hillary Clinton wordt nog steeds door de email-affaire achtervolgd en Donald Trump heeft voor de derde keer zijn campagneteam op de schop genomen. Door zulke nieuwtjes raken basale realiteiten soms ondergesneeuwd. Op 8 november stemmen Amerikaanse kiezers niet alleen voor de 45e president van de Verenigde Staten.

Naast de president moeten alle 435 leden van het Huis van Afgevaardigden worden herkozen of vervangen. Ook komen 34 van de 100 Senaatszetels vacant. Twaalf staten houden gouverneursverkiezingen. De functie van gouverneur lijkt op die van president, maar dan op staatsniveau. Gouverneurs zijn cruciaal, want de afzonderlijke staten gaan over bijna alle zaken die het dagelijks leven van burgers beïnvloeden. Van verkeersboetes tot de doodstraf, en van uitkeringen tot inentingsprotocollen.

Senaat en Huis van Afgevaardigden vormen samen het Congres – de wetgevende macht in Washington, in de verte vergelijkbaar met onze Eerste en Tweede Kamer. Amerikaanse congresleden functioneren op landelijk niveau, maar worden per staat en op persoonlijke titel gekozen. Ze vertegenwoordigen hun politieke partij, maar vooral hun thuisstaat. Omdat het wantrouwen jegens ‘Washington’ in de VS nog veel sterker is dan in Nederland jegens ‘Den Haag’, is het voor de congresleden belangrijk contact te houden met de eigen kiezers in hun thuisstaat.

Er bestaat daardoor, wat betreft individuele wetten, nauwelijks een traditie van fractiediscipline. Een congreslid stemt niet per se mee met de lijn van de eigen partij, maar kijkt in de eerste plaats naar het belang van de thuisstaat. Wie House of Cards kijkt, weet dit al: de hoofdpersoon in de serie heeft de functie van whip, degene die belast is met het één voor één in het gareel jagen van de congresleden in zijn eigen partij.

Dat kan vreemde gevolgen hebben. Tegenstribbelende congresleden eisen vaak een toevoeging bij een voorliggende wet, waarin een bonus voor hun staat wordt vastgelegd. Bijvoorbeeld de aanleg van een snelweg, fabriek of park. Zo kunnen ze thuis verantwoorden dat ze met de wet hebben ingestemd. Zeker voor de leden van het Huis van Afgevaardigden – die elke twee jaar moeten worden herkozen, en dus permanent campagne moeten voeren – is het belangrijk dat ze hun kiezers kunnen laten zien wat zij in Washington voor elkaar krijgen.

Op het punt van agendabepaling bestaat wél partijdiscipline. In zowel het Huis als de Senaat hebben de Republikeinen op dit moment de meerderheid. En ze hebben de laatste jaren de neiging alle wetgeving waar de huidige Democratische president Barack Obama om vraagt, collectief te blokkeren. Dat ze bereid zijn heel ver te gaan, zagen we in 2015 toen de federale overheid wekenlang platlag, totdat het Congres de begroting eindelijk goedkeurde.

Tijdens de komende verkiezingen staat hun meerderheid op het spel. Trump ligt in veel staten zo ver achter in de peilingen, dat hij andere Republikeinse kandidaten in zijn val dreigt mee te slepen. Paul Ryan bijvoorbeeld, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, strijdt in zijn thuisstaat Wisconsin voor herverkiezing. Hij staat bekend als Trump-criticus, en werkt momenteel zelfs met Hillary Clinton aan een anti-armoedewet, maar het feit dat Wisconsin op haar lijkt te gaan stemmen, kan zijn eigen herverkiezing ook in gevaar brengen.

Als de Democraten erin slagen de nieuwe president te leveren én een meerderheid veroveren in het Congres, kunnen ze opeens veel gedaan krijgen. Zo ging het ook in Obama’s beginjaren en veel Republikeinen hebben daar nog steeds een kater van. Of het komt door zijn nieuwe campagneteam of niet, Trump krabbelt de laatste dagen iets op in de peilingen. Maar de paniek onder Republikeinse congresleden is voorlopig nog gerechtvaardigd.