News

Leidsch Dagblad – October 29, 2016

De onverwachte derde kandidaat

Hoewel in de Verenigde Staten maar twee partijen normaal gesproken de president leveren, zijn er kandidaten die Democraat noch Republikein zijn. Meestal zijn zulke presidentskandidaten bij voorbaat kansloos. De bekendste dit jaar zijn libertariër Gary Johnson en Jill Stein van de Groene partij. Beiden zullen in veel staten een klein percentage van de stemmen binnenhalen, maar nergens is winst realistisch.

Maar, zoals mijn favoriete peilingenwebsite fivethirtyeight.com benadrukt, er is één onafhankelijke kandidaat die wél daadwerkelijk kans maakt president te worden, zij het een kleine. Dat is de conservatieve Evan McMullin uit de staat Utah. Hij is mormoon, een opmerkelijke christelijke stroming die in Utah veel voorkomt. Tot 1890 was polygamie voor mormoonse mannen toegestaan. Zelfs nu zijn er nog fundamentalistische groepen waar polygamie voorkomt. Zo komt het dat je in de prachtige nationale parken van Utah soms gezinnen ziet met één vader, drie moeders en minstens tien kinderen.

De mormoonse gemeenschap in Utah is groot en hecht. De verwachting is dat de leden massaal op ‘hun’ McMullin zullen stemmen. FiveThirtyEight schat de kans dat McMullin er de winnende kandidaat wordt op twintig procent – meer dan welke onafhankelijke kandidaat in welke staat dan ook. Bij winst zou hij de zes kiesmannen van Utah veroveren. Dan komt er een interessant scenario in beeld. Als Utah naar Evan McMullin gaat, wordt het waarschijnlijker dat Donald Trump en Hillary Clinton geen van beide 270 kiesmannen achter zich krijgen, de meerderheid die nodig is om het presidentschap direct op te eisen.

In dat geval schrijft de Grondwet voor dat het Huis van Afgevaardigden de nieuwe president kiest uit de drie kandidaten die de meeste kiesmannen achter zich hebben. Clinton, Trump en McMullin dus. En die laatste afficheert zich nu al als de redelijke compromiskandidaat. Als de zaak bij het Huis van Afgevaardigden belandt, kan het best zo lopen dat hij president wordt.

McMullin lijkt veel meer op de doorsnee conservatieve Republikein dan Trump. Een nadrukkelijke christen met veel vertrouwen in de vrije markt en zwaar conservatieve family values. Anders dan Trump leunt hij niet tegen neonazistische stromingen aan en hij doet vast niet aan pussy-grabbing. Maar net als Trumps running mate Mike Pence en voormalig Republikeins kandidaat Ted Cruz, is McMullin beslist geen voorvechter van vrouwen- en homorechten.

Mannen als Pence en Cruz worden niet beschuldigd van aanranding, maar hebben via hun politieke agenda diep ingegrepen in het privé-leven en de persoonlijke vrijheden van duizenden vrouwen, homo’s en transgenders. Pence bijvoorbeeld, heeft als gouverneur van Indiana alles gedaan om abortus onmogelijk te maken, vooral door meestal toch al arme vrouwen financieel en emotioneel onder druk te zetten. In Indiana zijn vrouwen na een abortus of miskraam verplicht een begrafenis te organiseren en bekostigen – ook als het een foetus van acht weken betreft. Wetgeving gemaakt om vrouwen te pesten die, al dan niet buiten hun schuld, niet voldoen aan het ideaalplaatje van christelijk moederschap. Ted Cruz, een compromisloze politicus, helt over naar het dominionism, het streven naar politiek en wetgeving op strikt Bijbelse grondslag. Een wereldbeeld waarin homo’s en transgenders geen bestaansrecht hebben. Als landsadvocaat en senator van Texas heeft hij keihard gestreden tegen het grondwettelijke verbod op discriminatie op basis van seksuele voorkeur.

Evan McMullin is politiek een groentje, dus we weten niet hoe radicaal hij is op traditioneel conservatieve thema’s. Waarschijnlijk zou hij minder ver gaan dan Cruz of Pence. Maar stiekem zouden zij wellicht blijer zijn met McMullin dan met Trump als president.

Leidsch Dagblad – October 22, 2016

Trump zaait twijfel

De memorabele minuut van het derde debat tussen de Amerikaanse presidentskandidaten Hillary Clinton en Donald Trump was het moment dat Trump weigerde te zeggen of hij de verkiezingsuitslag zou accepteren. Niet onverwacht voor een kandidaat wiens aanhang zich bedrogen voelt door het systeem, maar ik schrok er toch van.

Ik was wel klaar met het fenomeen Clinton-Trump-debat. Het patroon is inmiddels helder: Clinton jaagt Trump op stang. Die slaat vervolgens wild om zich heen. Na afloop beweert het Trump-campagneteam dat hij heeft  gewonnen, maar de peilingen laten een ander beeld zien. Verkiezingsdebatten zijn zelden game changers, maar dit jaar is een uitzondering. Vóór het eerste debat stond de Democratische kandidaat Hillary Clinton 1,5 procentpunt voor in de peilingen, erna groeide dat tot vijf procentpunt, en na het tweede debat was het verschil ruim zeven punten. Het clipje waarin de Republikein Trump opschept over zijn seksuele misdragingen heeft hem vast niet geholpen, maar Clinton heeft haar voorsprong echt via de debatten uitgebouwd.

Wat dit debat anders maakte dan de eerste twee, was het feit dat de debatleider, Chris Wallace, presentator bij het conservatieve televisienetwerk Fox, het debat resoluut bij de inhoud hield. Dat is in de Amerikaanse politieke cultuur ongebruikelijk, zeker in de schreeuwerige traditie van Fox, en al helemaal tijdens dit verkiezingsjaar.

Vuil campagnevoeren en keihard op de persoon spelen hoort al eeuwen bij de aanloop naar presidentsverkiezingen. Die traditie is in de twintigste eeuw sterker geworden. Door massamedia als radio, televisie en internet zijn politici als privé-personen onder een vergrootglas komen te liggen. Is de kandidaat soms vreemdgegaan? Rookt hij? Heeft hij ooit drugs gebruikt? Zulke vragen zijn, mede door reality-tv, roddelbladen en YouTube, cruciaal geworden, ten koste van de vraag of iemand als president de juiste inhoudelijke keuzes zou maken.

De campagnes dit jaar zijn ongebruikelijk vuil. En ze gaan nog meer dan anders over de persoonlijke kenmerken van de kandidaten en minder over politieke keuzes.

Maar het moddergooien op weg naar Election Day kent een veel langere traditie. Schoolvoorbeeld is de race in 1828 tussen Republikein John Quincy Adams en Democraat Andrew Jackson. De termen Republikein en Democraat hadden toen een andere betekenis, maar de campagnes werden net zo beheerst door schandalen als nu. Er was ophef rond het huwelijk van outsider-kandidaat Jackson, wiens vrouw eerder getrouwd was geweest, en die mogelijk nog niet formeel was gescheiden op het moment dat ze hertrouwde met Jackson. Iets dat er, volgens de Adams-campagne, mogelijk toe zou leiden dat prostitutie in de VS legaal of zelfs verplicht zou worden. Daarnaast was Jackson een, zelfs naar de maatstaven van toen, buitengewoon harde slaveneigenaar. Iets dat Adams, eveneens slaveneigenaar, aangreep als argument om Jacksons morele karakter in twijfel te trekken. Omgekeerd beschuldigde Jackson zijn tegenstander Adams ervan belastinggeld te gebruiken om gokmaterialen aan te schaffen voor het Witte Huis. Het bleek te gaan om een schaakspel en een pooltafel.

Andrew Jackson won de verkiezingen en tijdens zijn presidentschap bouwde hij aan de democratische cultuur van de jonge natie. Een groot deel van de witte mannen verwierf het stemrecht en het tweepartijenstelsel werd volwassen. Sindsdien is de vreedzame overdracht van de macht tussen politieke partijen een bijna heilige lakmoesproef voor het succes van het democratische experiment.

Dat Trump daar nu aan morrelt, door in het midden te houden of hij de verkiezingsuitslag zal accepteren, is daarom voor veel Amerikanen aanmerkelijk ongewoner  – en beangstigender – dan het feit dat hij een berg vuile was heeft.

Leidsch Dagblad – 15 October 2016

Een tikkende tijdbom in de VS

Hoewel ik Bob Dylan de Nobelprijs voor Literatuur van harte gun, hoop ik al jaren dat het die andere overjarige witte Amerikaan wordt: Philip Roth. Zijn roman The Plot Against America (2004) biedt een interessant perspectief op de huidige verkiezingsstrijd. De titel is lastig te vertalen, want Plot is dubbelzinnig.

Het boek verscheen in de periode dat alle grote Amerikaanse schrijvers hun belangrijke werk over het collectieve trauma van de aanslagen van 9/11 schreven. Zeker toen lag het voor de hand om de titel te begrijpen als ‘Het complot tegen Amerika’. Eigenlijk is het in het geval van Roth meer een letterlijke ‘plot’, een verhaal tégen het geflatteerde zelfbeeld van de Verenigde Staten. Een fictieve geschiedenis die tegengas geeft tegen de overtuiging dat, toen Europa in de jaren veertig werd overspoeld door nazisme, communisme en aanverwante genocidale ismes, Amerika een baken was van strijdvaardige eenheid en democratie.

The Plot is zogenaamd Roths eigen jeugdherinnering in een Joods gezin in een voorstad van New York, met een belangrijke fictieve aanpassing : niet Franklin Roosevelt, maar de nazi-vriendelijke Republikein Charles Lindbergh wordt in 1940 president van de VS. In werkelijkheid was Lindbergh een legendarische piloot die als eerste de Atlantische Oceaan overvloog. Hij was weliswaar een fanatiek pleitbezorger van het Amerikaanse isolationisme, een Hitler-apologeet met fascistische en antisemitische trekken, maar geen president. Zelfs geen kandidaat, al is die mogelijkheid wel overwogen. De beweging die Charles Lindbergh leidde heette America First, een motto dat Republikeinse kandidaat Donald Trump ook regelmatig gebruikt. America First stond voor de populaire overtuiging dat Amerika geen geld en levens moest verspillen aan overzeese conflicten. Met Trump is die gedachte terug van lang weggeweest. In Roths roman leidt Lindberghs presidentschap tot een enorme golf van antisemitisme. Lindbergh brengt onderhuidse anti-Joodse gevoelens naar de oppervlakte onder gewone Amerikanen die leiden tot extreme discriminatie en zelfs lynchpraktijken.

Roth zelf benadrukte dat zijn roman niet bedoeld was als metafoor voor 9/11 of een andere gebeurtenis in het heden. Maar Trump is niet zomaar een erfgenaam van Lindberghs politieke inslag. Wat we zien gebeuren in de VS, komt akelig dichtbij Roths what if?-fantasie. Agressie en polarisatie waarvan Amerikanen graag geloven dat ze overal ter wereld voorkomen, maar niet in hun eigen land of the free, steken de kop op. Los van de vraag of hij zelf begrijpt wat hij doet, maakt Trump concreet zichtbaar wat Roth  beschreef in zijn gedachte-experiment against America: die sentimenten zijn er wél en ze vormen een tikkende tijdbom.

Ik ben voorzichtig met historische vergelijkingen. Een vriend van mij is gepromoveerd op het fenomeen Vietnam-vergelijking in de Amerikaanse politiek. Zijn belangrijkste conclusie: historische vergelijkingen lijken aantrekkelijk doordat er altijd politiek bruikbare overeenkomsten zijn tussen verleden en heden, maar de verschillen zijn vele malen groter. Dat lijkt me een cruciaal inzicht. En als je dan toch wilt vergelijken, benoem dan waarom dit betekenisvol is. Donald Trump en Charles Lindbergh zijn producten van historisch verschillende omstandigheden, maar belichamen dezelfde xenofoob-isolationistische stroming in de Amerikaanse politieke cultuur. En beiden ontketenen – Lindbergh in Roths fictie, Trump in de online en offline realiteit van nu – extreme verschuivingen in wat mensen zich veroorloven als het gaat om het uitsluiten van minderheidsgroepen. Door Roosevelts ingrijpen in de Tweede Wereldoorlog is het makkelijk te vergeten dat er in de VS veel antisemitisme was. Ook nu heerst er een intense kapotmaakdrang bij groepen kiezers. Trump wakkert die gevoelens aan en brengt ze naar de oppervlakte. Arme Bob. The times they are a-changin’.

Leidsch Dagblad – October 11, 2016

Hypocrisie bij de Republikeinen

Als u het tweede presidentsdebat tussen Donald Trump en Hillary Clinton in de nacht van zondag op maandag niet hebt gezien: wees blij. Het was een vreemde mix van saai en walgelijk. Hillary Clinton was minder indrukwekkend dan tijdens het eerste debat, maar desalniettemin bewonderenswaardig kalm en gefocust. Donald Trump cirkelde als een roofdier om haar heen. Hij beschuldigde haar man van verkrachting en dreigde haar te laten opsluiten als hij eenmaal president is. Af en toe dacht ik dat hij haar zou gaan slaan. Het was een naargeestige show. Tegelijkertijd had het iets poëtisch dat de eerste vrouwelijke presidentskandidaat die echt kans maakt eerst de eindbaas van de foute mannen moet zien te verslaan. Verder werd het debat volkomen overschaduwd door de ineenstorting van Trumps campagne in de afgelopen dagen.

Genderkwesties zijn niet mijn specialisme. Natuurlijk spelen ze een rol bij de culturele processen die ik bestudeer, beeldvorming en herinnering, maar mijn proefschrift ging over een invloedrijke, witte man. President Franklin Roosevelt had veel en vanzelfsprekende macht. Toch merk ik dat ik bijna wekelijks over seksisme schrijf. De huidige race om het Witte Huis vraagt erom. Ik probeerde twee opeenvolgende weken over andere aspecten van de verkiezingen te schrijven. Toen kwam de Trump tape uit 2005 boven water, waarin Trump opschept over hoe hij vrouwen lastigvalt en seksueel misbruikt, ‘omdat hij een ster is, en dan mag dat’. Tja.

Anders dan veel conservatieve Republikeinen die over elkaar buitelden om hun afschuw uit te spreken, was ik ook weer niet zo verrast door Trumps uitspraken. Als een student met veel hormonen en een matig ontwikkeld geweten dit tegen mede-adolescenten had gezegd, zou ik er amper van opkijken. Gelukkig weten de meeste adolescenten niet waar ze moeten kijken als iemand opschept over zijn seksuele wangedrag en zijn er altijd nog helden die er iets van durven te zeggen. Maar in dit geval betreft het een man van toen zestig en inmiddels zeventig. Bij wijze van ‘kleedkamerpraat’ beweerde Trump dat hij vrouwen regelmatig in hun vagina greep. Hij ontkende pas expliciet dat hij dat daadwerkelijk deed nadat de debatleider de vraag drie keer had herhaald. In plaats daarvan zei hij telkens dat hij ‘enorm veel respect heeft voor vrouwen’.

Toch vind ik dat Trump veel akeligere dingen heeft gezegd en gedaan. Over moslims, zwarten, latino’s, mensen met een beperking, en ja, vrouwen dus. Dat was voor al die conservatieven die hem nu afvallen blijkbaar wel acceptabel? Tegen Trump zelf loopt op dit moment een aanklacht voor een verkrachting van iemand die toen 13 jaar oud was. Maar toen er in 1989 vijf zwarte tieners – de Central Park Five –werden beschuldigd van een verkrachting, plaatste Trump paginagrote advertenties die opriepen hen te executeren. Zelfs nádat ze op basis van DNA-tests onschuldig waren gebleken hield hij vast aan dat standpunt. Dat hij dubbele standaarden hanteert was, kortom, allang duidelijk.

Maar de conservatieve Republikeinen die afstand van Trump nemen, hanteren zelf ook dubbele standaarden, al klinken ze meer gepolijst. De meesten noemen hun vrouwen en dochters, die door Trumps uitspraken zijn beledigd. Blijkbaar kun je de pijn van een vrouwelijke medemens pas serieus nemen als ze familie is. Geen wonder dat Trumps oproep om alle moslims uit te sluiten minder erg was, want niemand van het establishment heeft moslims in zijn familie. En na het debat lijkt de rel alweer minder erg. Als Trump de komende dagen ietsje stijgt in de peilingen, vinden de andere Republikeinen hem vast snel weer een toffe peer.

Leidsch Dagblad – October 8, 2016

Mike Pence, conservatieve redder in nood

Tijdens het vicepresidentiële debat tussen Democraat Tim Kaine en Republikein Michael Pence kreeg ik ineens medelijden met Pence. Hij is een professionele politicus, maar het was hem aan te zien dat hij een onmogelijke opdracht had: Donald Trump verdedigen. Hillary Clintons campagne had vlak na het debat al een pesterig spotje klaar: ‘Kop op, Mike, wij zouden hem ook niet kunnen verdedigen!’ De uiterst conservatieve Pence is het overduidelijk op veel punten oneens met Trump.

Dat hij desondanks Trumps running mate is, zegt iets over de spagaat waarin de Grand Old Party zich de afgelopen decennia heeft gewerkt. Dat begon ongeveer veertig jaar geleden met twee verschillende, onderling verweven, bewegingen. Eén richting christelijk conservatisme en één richting een agressieve afwijzing van, nou ja, alles eigenlijk. De Republikeinse partij is geleidelijk steeds meer gegijzeld door beide bewegingen.

Door de Watergate-affaire (1974) moest toenmalig president Richard Nixon aftreden. Hij was betrapt op het afluisteren van zijn politieke tegenstanders. In 1976 verloren de Republikeinen op dramatische wijze de verkiezingen. De situatie rond de onbetrouwbaar gebleken Nixon was al vernederend, maar het feit dat Democraat Jimmy Carter, een wedergeboren christen, aan de haal ging met een groot deel van de, traditioneel Republikeinse, evangelische kiezers was extra zout in de wonde.

Mede daarom leidde Ronald Reagan de Republikeinse partij eind jaren zeventig terug naar de ‘oude waarden’ van het traditionele, witte, christelijke, vaderlandslievende Amerika. ‘De gewone man’ zou daar na de woelige jaren zestig en het Watergate-debacle wel naar terugverlangen. Als je op YouTube Reagans campagnespotje ‘It’s Morning in America’ opzoekt, krijg je een beeld van wat Reagan bedoelde en welke clichés hij aansprak. Hij werd in 1980 president en daarmee begon de Republikeinse partij aan een koerswijziging: van klassiek Republikeins – voor een kleine overheid en zoveel mogelijk soevereiniteit voor de individuele staten – naar conservatief christelijk.

Die conservatieve beweging is sinds Reagan extremer geworden. Ultra-conservatieve politici, zoals voormalig presidentskandidaat Ted Cruz en Mike Pence zijn er voorbeelden van. Ze vertegenwoordigen de mensen die dagelijks medewerkers en cliënten van abortusklinieken terroriseren en – grondwet of geen grondwet – proberen homohuwelijken te dwarsbomen.

Daarnaast is er de ‘Tea Party’, genoemd naar het Amerikaanse protest in 1773 tegen de Britse koloniale overheersing, met kopstukken als Sarah Palin. Een luidruchtige factie die zichzelf definieert op basis van uitsluiting, en sterk tegen het establishment is gekant. Ze willen, zogenaamd principieel, niet meewerken met alles wat een ‘nep-christen’ en ‘nep-Amerikaan’ als Barack Obama initieert. Palin vertegenwoordigde aanvankelijk zowel de conservatieve als de anti-beweging, maar tijdens de voorverkiezingen koos ze partij, tegen Cruz en voor Trump.

Trumps succes is dus geen donderslag bij heldere hemel, maar de culminatie van een al jaren aanzwellend tegengeluid. Mensen als Palin hebben het landschap voor hem gecreëerd: een kale vlakte die alleen nog maar middelvingers tegen de heersende orde toelaat. Tegelijk doorbreekt Trump de verstikkende gijzeling door het conservatisme van Cruz en de zijnen. Trump is niet conservatief, eerder klassiek Republikeins. Iets dat hij, tussen alle flauwekul door, soms hardop uitspreekt. Dit blijkt ook wel uit het feit dat hij een coalitie zoekt met de vakbonden en de arbeidersbeweging van Democraat Bernie Sanders. Conservatieven als Mike Pence heeft hij nodig om een belangrijke vleugel van de partij binnenboord te houden, maar het blijft een verstandshuwelijk. Trump heeft een broertje dood aan Pence en maakt daar geen geheim van. Gelukkig voor Pence ziet de partij hem als een stabiliserende factor in de puinhoop. Dat zal nog van pas komen als hij in 2020 of 2024 zelf president wil worden. Onzin dus, dat medelijden.

Leidsch Dagblad – October 1, 2016

Wat als Trump de verkiezingen wint?

‘Wat gebeurt er als Trump wint?’ Logische vraag, want de Republikeinse presidentskandidaat is beslist niet kansloos. Helaas gaat mijn soort wetenschap niet over voorspellen. Ik onderzoek waarom dingen mooi zijn, hoe taal en werkelijkheid samenhangen, hoe woorden en beelden betekenis krijgen. Wat er in de toekomst gaat gebeuren, weet ik net zo min als u. Ik denk dat het Hillary Clinton of Donald Trump wordt en dat de andere kandidaten nul procent kans hebben.

Studenten raad ik altijd af om te speculeren over zaken die letterlijk van ontelbaar veel factoren afhangen. In strijd met mijn eigen regel toch een paar opmerkingen over een eventueel Trump-presidentschap.

Dat het weinig uitmaakt als Trump president wordt, zoals mensen soms zeggen, geloof ik niet. Het is waar dat het Amerikaanse systeem ingebouwde checks and balances heeft om de president te controleren, en zo nodig in toom te houden. Het Congres gaat over de begroting en kan een veto van de president overrulen, zoals de huidige president Barack Obama deze week voor het eerst in acht jaar overkwam. Voor veel benoemingen doet de president een voordracht, maar de Senaat, de Amerikaanse Eerste Kamer, moet ermee instemmen. Het Hooggerechtshof beoordeelt of orders van de president grondwettig zijn. Bovendien zijn veel federale instellingen – het leger, de CIA – logge organisaties die niet zomaar van koers veranderen.

Allemaal waar, maar toch kan een machtswellustige president veel kwaad doen. En met zo iemand hebben we te maken. Iemand die niet vanuit democratische waarden redeneert, maar het systeem zo ver mogelijk wil oprekken. Trumps team heeft een plan klaarliggen waarin hij op dag 1 van zijn eventuele presidentschap, 25 Executive Orders (presidentiële bevelen) tekent die een groot deel van Obama’s werk ongedaan maken. Wat ervoor in de plaats komt, is onduidelijk. De constitutionele toetsing van die orders door het Hooggerechtshof duurt maanden, zo niet jaren, dus president Trump heeft in het begin de vrije hand. Bovendien mag hij meteen een nieuwe rechter aanstellen in het Hooggerechtshof, want er is een plaats vrij. En er komen meer vacatures aan.

Wat betreft politieke voornemens heb ik geen idee in hoeverre Trump zijn plannen echt kan uitvoeren. Onderzoek laat zien dat Amerikaanse presidenten gemiddeld zeventig procent van hun verkiezingsbeloften waarmaken. Maar Trumps beloften zijn zo vaag, dat waarschijnlijk zelfs achteraf onmeetbaar is of ze zijn uitgekomen.

Trumps algehele inconsistentie en onbetrouwbaarheid zijn, behalve lachwekkend, ook een enorm risico. Zoals een groep hooggeplaatste defensiespecialisten in een open brief schreef: de president beschikt over de mogelijkheid Amerika’s atoomwapens in te zetten. De codes daarvoor moeten we niet in handen geven van iemand die ze wellicht gaat gebruiken in reactie op een beledigende tweet, aldus de schrijvers.

Bovendien is de hele wereld in zekere zin afhankelijk van de VS als militaire supermacht. Van het wereldwijde defensiebudget is 37 procent Amerikaans; de VS heeft een krijgsmacht die even groot is als die van de nummers twee tot en met zeven samen. De verhoudingen in de rest van de wereld zijn nu niet bepaald stabiel, en een voorspelbare VS is cruciaal voor het broze evenwicht op tal van andere plekken. Trump heeft al gezegd dat hij tegen een Navo-interventie is in Oost-Europa. Als hij president wordt, is het niet ondenkbaar dat de Russische president Poetin op 21 januari 2017, de dag na Trumps inauguratie, de Baltische staten annexeert.

Enfin. Als een student dit had geschreven, zou ik zeggen: hou op met je apocalyptische rampscenario’s en bedenk een vraag die je wél kunt beantwoorden. Wat gebeurt er als Trump wint? Laten we hopen dat we er niet achter komen.

Leidsch Dagblad – September 28, 2016 (Dutch & English)

Clinton domineert het eerste debat (English below Dutch)

Verschillende analisten zeiden na het eerste debat tussen presidentskandidaten Hillary Clinton en Donald Trump, dat Trump niet voldoende en Clinton juist te goed voorbereid was. Op Twitter merkte iemand daar snedig bij op dat dat vaker zo gaat als een man en een vrouw op sollicitatiegesprek komen. En dat de man de baan dan meestal krijgt. En ja, ook nu was seksisme impliciet en expliciet aanwezig. Als vrouwelijke kandidaat in een cultuur die mannelijke leiders gewend is en een enorme tolerantie heeft voor mannelijke imperfectie, maar niet voor vrouwelijke, zal Clinton daar altijd last van hebben. Maar mij viel op dat ze er bij dit debat bijzonder doordacht mee omsprong.

Trump onderbrak haar, afhankelijk van hoe je telt, tussen de 24 en de 51 keer, praatte dwars door haar en de debatleider heen, lachte niet en stond te snuiven als een getergde stier. Clinton, die als geen ander weet dat je als vrouw onbetrouwbaar en onsympathiek wordt gevonden, tenzij je je volgens traditionele gendernormen gedraagt, interrumpeerde niet, gebaarde heel bescheiden en glimlachte aan één stuk door grootmoederlijk en gemeen tegelijk. ‘Ach jochie toch’, ‘bless his little heart’, leek ze te zeggen.

Ze viel Trump aan op het feit dat hij een vrouwelijke journalist een ‘dik varken’ had genoemd. Trump antwoordde dat de vrouw in kwestie dat verdiende. Lachen voor zijn aanhangers, maar weinig presidentieel voor de gematigde Republikeinen wier stemmen hij ook nodig heeft.

Uit principe zeg ik nooit iets over de outfit van een vrouwelijke ambtsdrager. Het leidt af van de inhoud, niemand praat over de kleding van mannen, en het suggereert dat een vrouw pas serieus kan worden genomen als ze er aantrekkelijk uitziet. Maar in dit geval maak ik een uitzondering. En wel om mijn hoed af te nemen voor Hillary’s felrode maatpak. Of het mooi is interesseert me niet, maar in dit geval maakte Clinton een ijzersterk statement. Ze zei eigenlijk: ‘Hier, als jullie dan per se mijn kleding moeten bespreken, maak er wat van.’ Reacties als ‘gedrenkt in het bloed van de mannen die hebben gepoogd haar kapot te maken’ en ‘een rode lap op een stier’ vatten het oordeel aardig samen. Zo werkte het inderdaad op Trump.

Een ander voorbeeld is haar gebruik van voornamen. Let maar eens op, veel media, ook kwaliteitskranten en gerenommeerde peilers, hebben het over ‘Hillary’ versus ‘Trump’. Een bekend verschijnsel. Bij vrouwen nemen we sneller de vrijheid om te tutoyeren en voornamen te gebruiken dan bij mannen. In plaats van erop te staan dat ze bij haar achternaam wordt genoemd, als erkenning dat ze in het mannenwereldje van de politiek voor vol wordt aangezien, buit Clinton dit effect juist uit. Ze noemt zichzelf Hillary, en spreekt Trump gezellig aan met Donald. En je ziet dat hij zich doodergert.

Maar wie heeft het debat nu gewonnen? Als wetenschapper zeg ik: dat weten we nog niet. In de loop van deze week verschijnen er nieuwe, methodologisch goed verantwoorde opiniepeilingen. Die kunnen meer uitsluitsel geven dan de meestal sterk gekleurde peilingen van nieuws-websites. Hoewel, historisch blijken debatten maar zelden de echte game-changers in de race om het Witte Huis. Vaak accentueren ze een trend die er toch al was. Dat is op dit moment interessant, omdat ‘de trend’ in de peilingen al een tijdlang onduidelijk is. Misschien komt daar nu verandering in. Hoe dat ook zij, voor mij persoonlijk staat wel vast wie de winnaar is van dit debat.


Clinton Dominates First Debate

Several analysts said, after the first debate between presidential nominees Hillary Clinton and Donald Trump, that Trump was underprepared and Clinton overprepared. On Twitter someone snidely responded that this is often the case when a man and a woman go for a job interview. And that the man usually lands the job.

And yes, here too sexism was implicitly and explicitly present. As a female candidate in a culture that is used to male leadership and has enormous tolerance for male, but not female, imperfection, this will always bother Clinton. But I was struck by how thoughtfully she handled it in this debate.

Trump interrupted her, depending on how you count, between 24 and 51 times, talked right over her and the moderator, never smiled, and was heaving like a frustrated bull. Clinton, who knows like no-one else that you are considered untrustworthy and unsympathetic as a woman, unless you perform according to traditional gender norms, did not interrupt, gestured very modestly, and smiled constantly, grandmotherly and mean at the same time. “Ach, wee one”, she seemed to be saying, “bless his little heart”.

She attacked Trump for calling a female journalist a fat pig. Trump responded that the woman in question had deserved it. Funny for his fan-base, but not very presidential for the moderate Republicans whose vote he also needs.

As a matter of principle, I never say anything about a female politician’s attire. It distracts from the content. Nobody talks about the clothes of men. And it suggests that a woman can only be taken seriously if she looks attractive. But in this case I make an exception, because I want to take off my hat for Clinton’s bright red suit. Whether it was beautiful doesn’t interest me, but in this case Clinton made a strong statement. She more or less said: “Here, if you must discuss my clothing, make something of this!”. Responses like “steeped in the blood of men who tried to break her”, and “like a red rag to a bull” summarize the collective judgement fairly well. And that’s how it did affect Trump.

Another example is her use of first names. If you pay attention to it, you’ll notice that many media, including quality papers and reputable pollsters, talk about ‘Hillary’ versus ‘Trump’. It’s a well-known phenomenon. With women we are more likely to take the freedom to use first names than with men. Instead of insisting that she be addressed by her surname, in recognition that she is a serious player in the men’s world of politics, Clinton employs this effect actively. She calls herself Hillary, and cosily addresses Trump as Donald. And you can see that it freaks him out.

But who won the debate? As an academic I have to say: I don’t know. In the course of this week we’ll see the first scientific, methodologically sound, polls done after the debate. Those can give more certainty than the usually highly unreliable internet polls. However, historically, debates rarely turn out to be game changers in the race to the White House. They often accentuate a tendency that was there already. That is interesting at this moment, because the trend isn’t very clear now, and perhaps the new polls will change that. In any case, for me personally it’s entirely clear who the winner of this debate is.

Leidsch Dagblad – September 24, 2016

Is Georgia wel een swing state?

Een van mijn liefste Leidse collega’s is dr. Simanique Moody. Ze komt uit de zuidelijke staat Georgia, uit een zwart protestants arbeidersgezin, waar ze de eerste was die een universiteit van binnen zag. Ze heeft de wereld vanuit een ander perspectief leren kennen dan ik, en kijkt anders naar Amerikaanse politiek. Zo kwamen we tot een weddenschap over haar thuisstaat.

Ze was verbijsterd toen ik haar, vers terug uit Georgia, vroeg hoe zij aankeek tegen het feit dat haar staat – traditioneel een Republikeins bolwerk – nu als swing state te boek staat. Onzin, zei ze, het idee dat Georgia een swing state zou zijn is belachelijk optimistisch. Ik toverde overzichtskaartjes van opiniepeilers tevoorschijn om mijn gelijk te halen, maar ze was onverbiddelijk.

Nu is dit drie weken geleden, en is Georgia ook op de peilingsite fivethirtyeight.com niet meer lichtblauw – wat wijst op een lichte voorsprong voor de Democraten – maar helder rood. Bovendien gaan Georgia’s zestien kiesmannen al twintig jaar naar de Republikeinen. De laatste keer dat de staat tijdens de presidentsverkiezingen Democratisch stemde, werd het een Clinton. Dat dan weer wel.

Onder witte Georgianen (55 procent) is de controversiële Confederate flag onverminderd populair. De vlag van de Zuidelijke Confederatie van slavernijstaten, die zich tijdens de Burgeroorlog (1861-1865) wilden afscheiden, symboliseert de Lost Cause. De sterk geromantiseerde verloren idealen en waarden van het trotse, gastvrije, maar lichtgeraakte Zuiden. Wie gevoelig is voor dit soort nostalgie – een substantieel deel van de witte inwoners – laat zich gemakkelijk overtuigen door iemand die belooft Amerika weer great te zullen maken.

Ongeveer 30 procent van de bevolking is zwart. Omdat zwarten, consistenter dan andere etnische minderheden, collectief Democratisch stemmen, zouden ze een belangrijke groep moeten zijn in het krachtenveld. In praktijk valt dit tegen. Juist onder zwarten zijn veel mensen die niet naar de stembus gaan.

Ik vroeg Simanique waarom. De belangrijkste reden, denkt ze, is dat er een gevoel heerst dat het niet uitmaakt. Dat de machtige elite toch wel doet wat ze wil. Tot 1965 mochten zwarte Georgianen niet eens stemmen. Toen ze het stemrecht alsnog kregen, ging dat niet bepaald van harte. Sommigen motiveert dat extra om naar de stembus te gaan, anderen voelen zich er ongewenst en blijven thuis.

Regelmatig rijzen er vermoedens dat zwarte kiezers doelbewust worden ontmoedigd. Sowieso is er veel armoede onder de zwarte bevolking – velen hebben twee banen of draaien diensten die het onmogelijk maken op tijd bij het stembureau te zijn. Bovendien moet je je ruim voor de verkiezingen registreren om te kunnen stemmen. Veel papierwerk, want er is geen gemeentelijke basisadministratie. Arme zwarten en latino’s hebben vaak geen officieel identiteitsbewijs – dat moeten ze aanschaffen voor ze zich kunnen registreren.

 

Verder hanteert Georgia een zero tolerance-beleid voor kleine criminaliteit. Je kunt jaren gevangenisstraf krijgen voor een winkeldiefstal. Dat overkomt vooral zwarten. Niet omdat ze meer misdaden plegen, maar omdat ze relatief zwaarder gestraft worden voor dezelfde vergrijpen. Georgia heeft wereldwijd één van de hoogste aantallen gevangenen per duizend inwoners. Tijdens je gevangenisstraf en de proefperiode erna mag je niet stemmen. De meeste ex-gedetineerden stemmen nooit meer.

Tot haar verbazing sprak Simanique ook zwarte Georgianen die Donald Trump best zagen zitten. Een zakenman die banen belooft. Iemand die ongepolijst is en van buiten het gewantrouwde establishment komt. Dat past wel bij Georgia’s stoere no-nonsense zelfbeeld.

Mijn enige tegenargument is dat Hillary Clinton er actiever campagne voert, bijvoorbeeld door mensen te helpen bij de registratie. Dat kan veel verschil maken, maar of het de sfeer kan laten omslaan? Ik vrees dat ik deze weddenschap ga verliezen.

Leidsch Dagblad – September 17, 2016

Waar is de erfenis van Abraham Lincoln?

Donald Trump sprak laatst een groep kiezers toe in een zwarte kerk in Detroit. Hij vergeleek zichzelf met de legendarische Republikeinse president Abraham Lincoln, de afschaffer van de slavernij. Dat klinkt logisch – een Republikeinse kandidaat plaatst zichzelf in de traditie van de populairste Republikeinse president ooit – maar dat is het allerminst.

Sommige mensen delen de mensheid in in koffie- versus theedrinkers. Of homo’s en hetero’s, mannen en vrouwen, Republikeinen en Democraten. Tweedelingen die zelden standhouden, want sommige mensen zijn transgender, of drinken alleen warme chocolademelk. Toch hebben die sociale constructies een functie. Ze maken het mogelijk om je als koffiedrinker onderdeel te voelen van het Gilde van Koffiedrinkers, dat – argumenten zijn niet nodig – neerkijkt op die slappe theedrinkers.

Een cultureel diep verankerde tweedeling in de Verenigde Staten is die tussen Noord en Zuid. Dit onderscheid heeft weinig te maken met geografie, maar des te meer met politiek. Missouri en Kentucky behoren tot de Zuidelijke staten, maar liggen ongeveer op dezelfde breedtegraad als de Noordelijke staten West-Virginia en Maryland. Noord of Zuid wordt bepaald door de vraag: aan welke kant stond deze staat tijdens de Burgeroorlog van 1861-1865?

De Burgeroorlog ontstond rond twee centrale twistpunten: de afschaffing van de slavernij, en de machtsverhouding tussen de individuele staten en Washington. In de Zuidelijke staten verrichtten zwarte slaven het leeuwendeel van de, vooral agrarische, arbeid. Witte grootgrondbezitters daar vonden dat individuele staten soeverein moesten zijn (dit heet statism). In de Noordelijke staten bestond geen slavernij en wilde men de federale overheid meer macht geven (federalism). Bijvoorbeeld om de slavernij landelijk af te schaffen. De ruzie leek onoplosbaar en zeven Zuidelijke staten besloten, tegen de wens van het Noorden, zich af te scheiden. Op 12 april 1861 was de Burgeroorlog een feit.

In die tijd deelde de Republikeinse Partij de politieke overtuigingen van de Noordelijke staten. Onder Lincoln won het Noorden in 1865 de oorlog, waardoor de Staten Verenigd bleven. Als het anders was gelopen, had het conflict de Onafhankelijkheidsoorlog geheten. In het Zuiden hoor je soms nog spreken van de ‘oorlog tussen de staten’. Een statist perspectief op de kwestie.

Doordat Lincoln een Republikein was, werden teleurgestelde blanke Zuiderlingen na de Burgeroorlog in de armen gedreven van de Democraten. In de eeuw na 1865 had de Democratische Partij – die er verder een progressieve agenda op na hield – een conservatieve vleugel in staten als Georgia, Alabama en Louisiana. Met kiezers die statist waren en de afschaffing van de slavernij betreurden. Democratische politici moesten ook hen tevreden houden. Zo durfde president Franklin Roosevelt het eind jaren dertig niet aan om het lynchen van zwarten te veroordelen. Hij had te veel Zuidelijke stemmen te verliezen.

De Democratische president Lyndon Johnson maakte in 1964, onder druk van de Burgerrechtenbeweging, een abrupt einde aan die situatie. Toen hij de Civil Rights Act tekende die, eindelijk, de burgerrechten van zwarten garandeerde in alle vijftig staten, zei hij volgens de overlevering: ‘Nu zijn we het Zuiden minstens een generatie kwijt.’

Johnson heeft dit waarschijnlijk niet echt gezegd, maar het is wel waar. De Zuidelijke staten stemmen sinds 1964 overwegend Republikeins. Niet omdat ze zich tot het gedachtegoed en federalisme van Lincoln hebben bekeerd, maar omdat ze zich verraden voelen door de Democraten.

Republikeinse standpunten van de laatste decennia, tégen een grote overheid en emancipatieprogramma’s voor minderheden, en vóór law and order, passen daarentegen goed bij de visie van de vroegere Zuidelijke Democraten. Die visie ligt dichtbij die van Trump. Maar door zichzelf te vergelijken met een icoon als Lincoln, slaat hij de plank historisch gezien volledig mis.

Leidsch Dagblad – September 14, 2016

Rustig blijven doorademen, Hillary

Longontsteking is een nare ziekte. Ik heb het als twintiger gehad en in mijn herinnering waren  vooral ademhalen en lachen pijnlijk. Dat de Democratische presidentskandidaat Hillary Clinton nu door deze ziekte is geveld, is ongetwijfeld een probleem. Een kandidate die lacht en ademt is een cruciaal ingrediënt van een goede campagne. Dus reken maar dat Clintons team nu keihard werkt aan alternatieve oplossingen voor het geval ze, bijvoorbeeld, over een kleine twee weken niet fit genoeg is voor het eerste grote verkiezingsdebat.

Maar als we er even van uitgaan dat de antibiotica aanslaan en Clinton in de loop van de komende weken weer opkrabbelt, zal het effect van haar ziekte op de campagne  wel meevallen. Er bestaat in de Verenigde Staten een lange traditie van samenzweringstheorieën over de gezondheid van presidentskandidaten .  De kandidaat uit het andere kamp wordt beschuldigd van het angstvallig geheim houden van één of andere exotische en tot de verbeelding sprekende ziekte. Zo circuleren er filmpjes op internet waarin een arts – uiteraard niet de behandelend arts – aan de hand van vage beelden en moeilijke woorden beargumenteert dat Hillary de ziekte van Parkinson heeft. Vergelijkbaar materiaal is te vinden over John McCain, maar ook over eerdere presidenten (Kennedy, Eisenhower) waren er dit soort verhalen.

Het genre nam een grote vlucht ten tijde van de campagnes van Franklin Roosevelt in de jaren dertig en veertig. Roosevelt had als volwassene polio gehad en had daardoor verlamde benen. Zelf deed hij er alles aan de indruk te wekken nauwelijks gehandicapt te zijn. Hij liet de pers beloven hem niet in zijn rolstoel te filmen of fotograferen.  Als hij sprak deed hij dat staand, maar het spreekgestoelte moest aan de vloer zijn vastgeschroefd, want hij leunde met zijn volle gewicht op zijn armen. Deze trucs  moeten we zien tegen de achtergrond van het feit dat veel mensen in die tijd dachten dat polio ook de geestelijke vermogens aantastte. Om niet levenslang uitgeschakeld te zijn moest Roosevelt zijn handicap wel onzichtbaar maken.

Tegenwoordig is het niet heel anders. Donald Trumps campagneteam is al maanden bezig Clintons gezondheid in twijfel te trekken. Ze zou er sick uitzien, een woord dat zowel ‘ziek’ als ‘gestoord’ kan betekenen. En in elk geval, benadrukken ze, is ze niet zo ‘sterk’ en ‘capabel’ als Amerikanen van hun commander in chief verwachten. Deze rol als formele opperbevelhebber van het leger gaf ook ten tijde van Roosevelt met zijn verlamde benen aanleiding tot gesteggel over de vraag of de legerleider niet een kerngezonde, ijzersterke vent moet zijn. Niet dat de president ooit fysiek de troepen zou hoeven aanvoeren, maar dat is wel het beeld dat mensen hebben. Net als veel traditioneel ingestelde Amerikanen nu niet direct een 68-jarige vrouw voor de troepen uit zien rennen. Een sentiment dat de 70-jarige zakenman graag aanwakkert. Hij is zelf ook al geen gestaalde jonge god, maar wel iemand die gelooft dat aanval de beste verdediging is.

Dat Clintonnu echt ziek is, zal complotdenkers een aangenaam ‘zie je wel’-gevoel geven, maar zij gingen toch al niet op haar stemmen. En in een race waarin beide kandidaten extreem impopulair zijn, is het misschien best strategisch voor Clinton om zich een beetje stil te houden. Tot nu toe was degene die het nieuws domineerde ook steeds degene die het hardst daalde in de peilingen. De recente daling van Clinton lijkt gestopt. Als ze rustig doorademt en in de komende weken weer gaat lachen, dan was de hysterie van deze week niet meer dan een zoveelste poging de tegenstander te beschadigen.